Content met visie

Autoriteit opbouwen zonder harder te roepen

Autoriteit opbouwen zonder harder te roepen

Meer publiceren. Vaker op LinkedIn verschijnen. Nog een whitepaper, nieuwsbrief of opiniestuk de wereld in slingeren. Want wie autoriteit wil opbouwen, moet zichtbaar zijn. Toch? Tot op zekere hoogte. Als niemand weet dat je bestaat, wordt het lastig om bekend te staan als expert. Maar zichtbaarheid en autoriteit zijn niet hetzelfde. Anders zou degene die tijdens een vergadering het vaakst het woord neemt automatisch het meeste verstand van zaken hebben. We kennen allemaal minstens één voorbeeld dat het tegendeel bewijst.

Autoriteit ontstaat wanneer anderen goede redenen hebben om jouw kennis serieus te nemen. Dat wordt alleen maar interessanter nu mensen hun vragen ook stellen aan ChatGPT, Gemini, Claude en andere AI-systemen. Dan moet je content niet alleen aanwezig zijn. Er moet ook daadwerkelijk iets in staan.

Wat is autoriteit eigenlijk?

Autoriteit is de mate waarin een persoon of organisatie binnen een bepaald onderwerp wordt gezien als een deskundige en betrouwbare bron. Daar zitten wat mij betreft drie dingen in: deskundigheid, betrouwbaarheid en relevantie. Je moet aantoonbaar weten waar je over praat, je informatie moet te vertrouwen zijn én die kennis moet iets toevoegen voor de mensen die ernaar zoeken.

Autoriteit is daarmee iets anders dan bekendheid. Neem Coolblue. Vrijwel iedereen in Nederland kent het bedrijf, maar als je inhoudelijke informatie zoekt over bijvoorbeeld e-commercearchitectuur, is Coolblue niet automatisch de bron waar vakgenoten naar verwijzen. Andersom zijn er specialisten die buiten hun eigen vakgebied nauwelijks iemand kent, maar wier artikelen en analyses binnen een kleine professionele gemeenschap wél worden doorgestuurd met de mededeling: lees dit even, deze persoon weet waar hij het over heeft.

Bekendheid zegt vooral iets over hoeveel mensen je kennen. Autoriteit zegt iets over hoeveel gewicht je kennis krijgt zodra het over jouw onderwerp gaat. Veel bereik is dus leuk. Veel volgers ook. Maar geen van beide bewijst dat mensen je daadwerkelijk als inhoudelijke bron zien.

Meer content maakt je nog geen autoriteit

De gedachte achter veel contentstrategieën is logisch. Publiceer je vaker, dan heb je meer pagina’s die in Google kunnen verschijnen, meer materiaal voor LinkedIn en meer mogelijkheden om je naam aan een onderwerp te verbinden. Dus hup, contentkalender vullen. Twee blogs per maand. Of vier.

Prima, zolang er ook iets te publiceren vált. Je kunt iedere week over AI schrijven zonder verder te komen dan “AI biedt enorme kansen, maar brengt ook uitdagingen met zich mee”. Twintig artikelen over cybersecurity kunnen nog steeds dezelfde vijf tips herkauwen. Volume is geen bewijs van expertise.

Stelligheid trouwens ook niet. Dé oplossing. De beste aanpak. Onmisbaar voor iedere moderne organisatie. Schrijf je dat zero trust essentieel is, dan begint het interessante deel pas daarna: voor wie, waarom, onder welke omstandigheden en wanneer misschien juist niet? Iemand die echt verstand heeft van een onderwerp kan precies dát uitleggen. Dat levert misschien een minder lekker zinnetje voor een billboard op, maar wel betere content.

Maak je expertise controleerbaar

Vraag daarom niet alleen: hoe zorgen we dat we vaker zichtbaar zijn? Vraag eens: hoe kan iemand aan onze content zien dat we hier daadwerkelijk verstand van hebben? Dat bewijs kan uit onderzoek of data komen, maar net zo goed uit klantcases, technische tests, praktijkervaring en de kennis van je eigen specialisten.

Ik merk dat zelf ook bij het schrijven voor klanten. De interessantste informatie staat zelden in de briefing. Die komt meestal pas boven tafel als je doorvraagt. Waarom adviseren jullie dit? Wanneer werkt het juist níét? Wat zien jullie bij klanten gebeuren? Waar wijkt jullie aanpak af van wat gebruikelijk is? Voor je het weet, ben je niet meer bezig met ‘content maken’, maar met kennis boven tafel krijgen. Dat is ook precies waarom ik interviews inzet bij het schrijven van content: de kennis is er vaak al, je moet alleen de juiste vragen stellen om erbij te komen.

Daar hoort ook bij dat je laat zien hoe je tot een conclusie komt. Waarom kies je in situatie A voor oplossing X en in situatie B voor Y? Welke variabelen wegen zwaar? Welke risico’s accepteer je wel en niet? Dat soort informatie laat beter zien dat iemand zijn vak beheerst dan het zoveelste artikel met “5 tips voor een succesvolle digitale transformatie”. We hebben inmiddels genoeg van die vijf tips. Het internet kan er voorlopig mee vooruit.

Maak je een stevige claim, zorg dan dat duidelijk is waar die vandaan komt. “Steeds meer CIO’s kiezen voor deze aanpak” roept onmiddellijk vragen op. Volgens welk onderzoek? Wanneer? Baseer je de uitspraak op gesprekken met klanten, ook prima. Zeg dat dan. Een mening mag een mening zijn, een praktijkervaring een praktijkervaring en een cijfer moet te herleiden zijn tot een bron.

Bouw een kennisdomein, geen verzameling blogs

Nog zo’n klassieker: overal iets van willen vinden. De ene week publiceert een bedrijf over AI, daarna over leiderschap, vervolgens cybersecurity, duurzaamheid, recruitment en digitale transformatie. Allemaal onderwerpen waar vast iets over te zeggen valt, maar na twintig artikelen weet ik nog steeds niet waarvoor ik juist bij dat bedrijf moet zijn.

Autoriteit wordt sterker wanneer onderwerpen met elkaar samenhangen. Is je organisatie bijvoorbeeld gespecialiseerd in cloudmigraties voor financiële instellingen, dan kun je schrijven over architectuur, compliance, datamigratie, legacysoftware, security, kosten en verandermanagement. Je vertelt dus niet twintig keer hetzelfde verhaal, maar bouwt vanuit verschillende kanten aan hetzelfde kennisgebied.

Dat principe speelt ook een rol bij GEO, Generative Engine Optimization. Daarbij optimaliseer je content zodat generatieve AI-systemen de informatie goed kunnen vinden, begrijpen en gebruiken. In mijn artikel over gevonden worden door LLM’s ga ik daar uitgebreider op in. Eén goed artikel helpt, maar een logisch geheel van inhoudelijke pagina’s maakt veel duidelijker waar je expertise ligt.

Geef criteria in plaats van marketingwoorden

Marketingteksten vertellen graag dat iets beter, slimmer, sneller, veiliger, gebruiksvriendelijker of innovatiever is. Handige woorden, want je kunt ze vrijwel overal voor gebruiken. Een innovatieve cloudoplossing. Een toekomstbestendige strategie. Een gebruiksvriendelijk platform. Klaar. Alleen weet de lezer nog steeds niks.

Stel dat je schrijft dat een goede kennisbank gebruiksvriendelijk en toekomstbestendig moet zijn. Voor wie eigenlijk? De medewerker die snel een antwoord zoekt, de contentspecialist die informatie moet bijhouden of de IT-afdeling die het systeem beheert? Wat voor de één gebruiksvriendelijk is, hoeft dat voor de ander niet te zijn. Vertel dus voor wie je zo’n uitspraak doet én waaraan diegene een goede kennisbank kan herkennen. Kan een medewerker informatie vinden zonder eerst te weten onder welke afdeling die ooit is opgeborgen? Is duidelijk wie verantwoordelijk is voor de inhoud? Staat erbij wanneer een artikel voor het laatst is gecontroleerd? Zijn bronnen zichtbaar en is er een proces voor verouderde content? Kijk, nu hebben we iets om over te praten.

Hetzelfde geldt voor definities. “Digitale volwassenheid” kan gaan over technologie, processen, cultuur, data of vaardigheden. Schrijf je dat een hogere digitale volwassenheid tot betere resultaten leidt, vertel dan eerst wat je onder het begrip verstaat en welke criteria je gebruikt.

Dat helpt ook bij GEO. Generatieve systemen moeten kunnen afleiden wat je bedoelt, hoe begrippen samenhangen en in welke context een uitspraak geldt. Heldere definities en concrete criteria helpen daarbij. En, verrassend genoeg, mensen vinden duidelijke teksten meestal ook best prettig.

Je mag ook gewoon iets niet weten

Autoriteit betekent niet dat je overal zekerheid over moet veinzen. Zeker bij onderwerpen als AI, cybersecurity, wetgeving en nieuwe technologie is er genoeg wat nog beweegt. Dan is het geloofwaardiger om onderscheid te maken tussen wat we weten, wat we op basis van de huidige informatie verwachten en wat simpelweg nog onzeker is.

GEO is daar een mooi voorbeeld van. Er zijn inmiddels genoeg verhalen over manieren waarop je gegarandeerd in antwoorden van AI-systemen terechtkomt. Lekker natuurlijk, zo’n garantie. Alleen kan niemand hem geven. Generatieve systemen veranderen, hun bronselectie is niet volledig transparant en wat bij de ene zoekvraag werkt, hoeft bij een andere vraag niets te doen.

Dat betekent niet dat je vervolgens overal “we weten het niet” bij moet zetten. Benoem zo precies mogelijk wat je wél weet en waar de grens ligt. Bijvoorbeeld: in onze eigen tests zien we X gebeuren, maar of dat in andere situaties ook geldt, kunnen we op basis daarvan niet zeggen. Dat klinkt misschien minder spectaculair dan een garantie, maar wel een stuk geloofwaardiger.

Wanneer straalt content dan wel autoriteit uit?

Je hoeft na iedere publicatie geen tien mensen te bellen met de vraag: “En, kwam ik een beetje deskundig over?” Controleer liever of duidelijk is voor wie je schrijft, of je belangrijke begrippen definieert, feitelijke claims onderbouwt, voorbeelden en uitzonderingen geeft en iets toevoegt wat niet op honderd andere websites ongeveer hetzelfde staat.

Kan de lezer na afloop iets wat hij daarvoor niet kon?

Misschien kan hij twee oplossingen beter vergelijken of heeft hij criteria gekregen waarmee hij een leverancier kan beoordelen. Als je artikel alleen bevestigt wat de lezer toch al wist, kun je je afvragen hoeveel autoriteit je ermee hebt opgebouwd. Ook als het technisch gezien een keurige SEO-blog van 1.500 woorden is.

Je kunt jezelf niet tot autoriteit verklaren

En daarmee komen we bij het belangrijkste verschil tussen autoriteit en marketing. Je kunt op je homepage zetten dat je marktleider, thought leader, toonaangevend expert of dé specialist bent. Niemand die je tegenhoudt. Je kunt er zelfs een rijtje icoontjes naast zetten als je daar gelukkig van wordt.

Maar autoriteit werkt uiteindelijk de andere kant op. Niet jij bepaalt dat je een autoriteit bent. De mensen die jouw kennis gebruiken, doorsturen, citeren, aanbevelen of meenemen in hun beslissingen doen dat.

Laat daarom liever zien dat je iets weet dan dat je vertelt hoe deskundig je bent. Definieer waar nodig. Leg uit hoe je tot een conclusie komt. Onderbouw stevige claims. Deel eigen kennis en voorbeelden. Benoem uitzonderingen en zeg het ook wanneer iets nog niet duidelijk is.

Je hoeft dan niet steeds harder te roepen. Het helpt al enorm als mensen na het lezen denken: hier heb ik iets aan. Komen ze bij een volgende vraag over hetzelfde onderwerp weer bij jou terecht, dan begint het ergens op te lijken.

En dat is uiteindelijk een stuk waardevoller dan nóg een LinkedIn-post waarin je jezelf thought leader noemt.

Posted by melanie@copytogo.nl in Content met visie, 0 comments
Waarom de kennis van je medewerkers steeds belangrijker wordt voor je online vindbaarheid

Waarom de kennis van je medewerkers steeds belangrijker wordt voor je online vindbaarheid

Waar zit de waardevolste content van je bedrijf?
Waarschijnlijk denk je aan je website. Aan zorgvuldig geschreven blogs, whitepapers, cases en landingspagina’s. Content waar je organisatie eigenaar van is en waarmee je via Google bezoekers probeert binnen te halen.

Maar misschien zit je beste content helemaal niet op je website.

Misschien zit die kennis in het hoofd van die developer die precies weet waarom een migratie naar Kubernetes telkens vastloopt. Bij de securityspecialist die dagelijks fouten tegenkomt waar geen enkele leverancier over schrijft. Of bij de consultant die na twintig implementaties inmiddels feilloos ziet waarom sommige projecten wel slagen en andere niet.

Tot voor kort was dat vooral een gemiste kans voor je contentmarketing. De opkomst van AI-search maakt het interessanter. Want systemen als ChatGPT, Gemini, Copilot en Google AI Overviews halen hun informatie niet alleen van bedrijfswebsites. Ze gebruiken allerlei openbare bronnen om antwoorden samen te stellen.

Zoals ik eerder schreef in Hoe search verandert door AI, verschuift online vindbaarheid daardoor langzaam: van alleen hoog scoren in een lijst met zoekresultaten naar aanwezig zijn in het antwoord zelf. En opvallend vaak zijn de bronnen voor die antwoorden geen bedrijven, maar mensen.

Drie op de vier LinkedIn-citaties komen van individuele leden

Meltwater onderzocht samen met LinkedIn 9,5 miljoen citaties in antwoorden van zes grote AI-platforms, waaronder ChatGPT, Google AI Mode, Google AI Overviews, Gemini, Copilot en Claude. De onderzoekers keken naar vragen binnen zestien B2B-categorieën.

Een van de opvallendste resultaten: LinkedIn was in dit onderzoek de op één na meest geciteerde bron, na YouTube.

Maar interessanter is wie op LinkedIn voor die zichtbaarheid zorgt.

Ongeveer 75 procent van de LinkedIn-citaties kwam volgens het onderzoek van individuele leden. Slechts 25 procent kwam van bedrijfspagina’s.

Dat is een opmerkelijke verhouding. Zeker als je bedenkt hoe de gemiddelde contentmarketingafdeling is ingericht. Het bedrijf heeft een contentkalender, een corporate LinkedIn-pagina en een website vol zorgvuldig geredigeerde content. Medewerkers hebben ondertussen vooral… een LinkedIn-account.

Toch blijken juist die individuele stemmen een flinke rol te spelen in de informatie die AI-systemen gebruiken.

Het volledige onderzoek is te vinden bij Meltwater: How LinkedIn Content Wins in AI Search.

Je hoeft geen LinkedIn-influencer te zijn

Nu kun je hieruit de conclusie trekken dat iedere medewerker voortaan drie keer per week een inspirerend verhaal over leiderschap moet plaatsen. Gelukkig niet. Het Meltwater-onderzoek wijst juist op iets anders.

Een groot bereik lijkt niet noodzakelijk om door AI te worden geciteerd. Volgens het onderzoek was 51 procent van de geciteerde LinkedIn-leden afkomstig van accounts met minder dan 10.000 volgers.

Dat maakt het onderwerp voor B2B-bedrijven interessant. Een technisch specialist met 1.800 volgers kan inhoudelijk veel relevanter zijn dan iemand met 80.000 volgers die over twintig verschillende onderwerpen schrijft.

Voor een AI-systeem dat antwoord probeert te geven op een specifieke technische vraag is niet alleen populariteit interessant. Het zoekt bruikbare informatie over precies dat onderwerp. En daar hebben bedrijven vaak verrassend veel van in huis.

Je medewerkers weten dingen die niet op je website staan

Kijk voor de grap eens naar de laatste tien blogs van een gemiddeld IT-bedrijf.

Grote kans dat je titels tegenkomt als Vijf voordelen van de cloud, Waarom cybersecurity belangrijker is dan ooit en Zo bereid je je organisatie voor op AI.

Kijk vervolgens naar de gesprekken die de technische medewerkers van datzelfde bedrijf met klanten voeren.

Dan gaat het ineens over de problemen die ontstaan bij een specifieke Azure-migratie. Over een securitymaatregel die op papier verstandig klinkt, maar in een bepaalde omgeving averechts werkt. Over de reden waarom een koppeling na een software-update ineens foutmeldingen geeft. Of over de keuze tussen twee oplossingen die voor een buitenstaander vrijwel hetzelfde lijken.

Dáár zit expertise. En die specifieke kennis is interessant als iemand een gedetailleerde vraag aan een AI-assistent stelt.

Dat betekent dat contentmarketing er een nieuwe taak bij krijgt. Niet nóg meer algemene onderwerpen bedenken, maar ontdekken welke kennis er al binnen de organisatie aanwezig is.

Van medewerker als distributiekanaal naar medewerker als bron

Veel bedrijven betrekken medewerkers al bij hun contentmarketing. Alleen gebeurt dat vaak op een nogal merkwaardige manier. Marketing schrijft een blog, publiceert die op de website en stuurt daarna intern een bericht:

“Onze nieuwe blog staat online. Willen jullie hem delen op LinkedIn?”

De medewerker fungeert dan eigenlijk als distributiekanaal voor de content van het bedrijf. Je kunt het natuurlijk ook gewoon omdraaien.

Vraag de medewerker wat hij of zij deze week heeft meegemaakt. Welke vraag stelde een klant? Waar ging een implementatie mis? Welke misvatting komt telkens terug? Welke technische keuze moest worden gemaakt? Waar waren twee specialisten het hartgrondig over oneens?

Dan wordt de medewerker niet het doorgeefluik van de content, maar de bron ervan. En ineens heb je veel interessantere verhalen te vertellen.

LinkedIn wordt belangrijker voor je online vindbaarheid

Het onderzoek van Meltwater staat bovendien niet op zichzelf.
OtterlyAI analyseerde tussen januari en juni 2026 ruim 1,3 miljoen LinkedIn-citaties in AI-search. Daaruit kwam een interessant verschil tussen personen en bedrijven naar voren: 87,8 procent van de onderzochte content-URL’s met een herleidbare auteur was afkomstig van een individu. Die individuele auteurs waren goed voor 91,7 procent van de citaties.

Nog opvallender is het verschil tussen soorten content. LinkedIn Articles waren in het onderzoek goed voor 72,2 procent van de citaties naar LinkedIn-content. Gewone posts kwamen uit op 26,1 procent.

Je kunt de resultaten bekijken in het LinkedIn AI Search Citations Study 2026 van OtterlyAI.

Ook Knowatoa onderzocht welke LinkedIn-pagina’s in AI-antwoorden worden geciteerd. In hun dataset bestond 56,8 procent van de geciteerde LinkedIn-URL’s uit artikelen. Feedposts waren goed voor 15,6 procent.

De percentages verschillen dus per onderzoek. Dat is niet zo vreemd: de onderzoekers gebruiken andere datasets, perioden en methodes. Maar ze wijzen wel in dezelfde interessante richting. LinkedIn-content is niet alleen vluchtige social content meer.

Wat je daar publiceert, kan buiten de LinkedIn-feed opnieuw opduiken als bron voor een antwoord van een AI-systeem. De cijfers en methodiek van dat onderzoek zijn terug te vinden in The State of LinkedIn in AI Search van Knowatoa.

En die ontwikkeling lijkt door te zetten

Interessant is dat Meltwater het brongebruik van AI-systemen inmiddels maandelijks volgt.

In augustus 2026 telde het bedrijf 100.200 LinkedIn-citaties in zijn dataset. Dat was 24,8 procent meer dan een maand eerder. LinkedIn schoof daarmee in deze meting op van de vijfde naar de derde plaats onder de meest geciteerde bronnen.

Dat wil niet zeggen dat LinkedIn nu ineens de plek is waar ieder bedrijf zijn content moet publiceren. Verschillende AI-systemen gebruiken bronnen op verschillende manieren en dat gedrag kan veranderen. Het laat wel zien dat het oorspronkelijke onderzoek uit mei geen eenmalige uitschieter lijkt te zijn.

Dat verandert de vraag waar je content publiceert

Bedrijven hebben lang een vrij overzichtelijke contentstrategie gehad.

Je belangrijkste kennis publiceer je op je eigen website. Vervolgens gebruik je social media, nieuwsbrieven en andere kanalen om mensen naar die website te krijgen.

Dat blijft een logische aanpak. Je website is tenslotte een platform waarover je zelf controle hebt. Een LinkedIn-profiel is dat niet.

Maar de keuze hoeft niet langer website óf LinkedIn te zijn: je kunt dezelfde expertise op verschillende manieren ontsluiten.

Een uitgebreide uitleg of onderzoeksartikel kan op je eigen website staan. Een specialist kan op LinkedIn vanuit zijn persoonlijke ervaring een specifiek onderdeel behandelen. Een andere collega kan een praktijkvoorbeeld bespreken. Een expert kan in een podcast of video uitleggen waarom het team voor een bepaalde aanpak heeft gekozen.

Zo bouw je rondom één onderwerp meerdere openbare bronnen op die allemaal iets toevoegen.

Niet door overal hetzelfde artikel te kopiëren, maar door dezelfde expertise vanuit verschillende perspectieven beschikbaar te maken. Dat sluit aan op wat ik eerder beschreef in GEO: zo zorg je ervoor dat je content gevonden wordt in LLM’s. Alleen ligt de nadruk hier niet op het optimaliseren van één tekst voor AI, maar op iets breders: waar is de kennis van je organisatie überhaupt te vinden?

Laat experts vooral expert blijven

Daarbij ligt wel een gevaar op de loer. Want zodra marketing ontdekt dat medewerkers interessant zijn voor de zichtbaarheid van het bedrijf, ontstaat al snel de neiging om hun LinkedIn-profielen over te nemen.

Dan krijgt de developer iedere dinsdagochtend een kant-en-klare post aangeleverd over “de drie belangrijkste trends die mij momenteel bezighouden”. Inclusief raketemoji.

En daar schiet je dus niets mee op.

De waarde zit juist in de kennis en ervaring van die medewerker. Als alle experts vervolgens dezelfde gladgestreken marketingteksten publiceren, haal je precies datgene weg wat hun bijdrage interessant maakt.

Dat betekent niet dat iedereen zelf uren achter een leeg Word-document moet zitten, hoor. Want schrijven is nog steeds een vak apart: een contentspecialist kan een expert interviewen, doorvragen, structuur aanbrengen en jargon begrijpelijk maken. Marketing kan onderwerpen plannen, verbanden leggen en zorgen dat kennis niet na één LinkedIn-post weer verdwijnt. Maar de inhoud moet aantoonbaar van de expert komen.

Ghostwriting hoeft dus niet te betekenen dat je iemand een mening in de mond legt. Goede ghostwriting haalt naar boven wat iemand al weet en helpt om dat helder op papier te krijgen.

Begin niet bij de contentkalender, maar bij gesprekken

Hoe pak je dat praktisch aan?

Begin eens niet met de vraag: waar zullen we volgende maand over bloggen?

Vraag je specialisten in plaats daarvan welke vragen ze de afgelopen maand van klanten hebben gekregen.Vraag een developer welke technische discussie binnen het team de meeste tijd kostte. Vraag een consultant welk advies hij de afgelopen weken drie keer heeft moeten geven. Vraag support welke misverstanden steeds opnieuw tickets opleveren. Vraag sales welke inhoudelijke bezwaren prospects hebben voordat ze een beslissing nemen.

Daar komen vaak veel specifiekere onderwerpen uit dan uit een brainstormsessie van de marketingafdeling. En je krijgt er iets bij wat generatieve AI zelf niet heeft: eerstehands ervaring.

Iedereen kan ChatGPT vragen om tien trends in cybersecurity. Niet iedereen kan uitleggen wat er vorige maand bij drie Nederlandse organisaties misging toen ze een bepaalde beveiligingsmaatregel invoerden, welke oplossing uiteindelijk werkte en waarom. Zeker nu het internet in rap tempo voller raakt met generieke AI-content kun je zó het verschil maken.

Geef medewerkers een eigen kennisgebied

Je hoeft daarbij niet van iedere medewerker een allesweter te maken. Sterker nog: een duidelijk afgebakend kennisgebied kan veel interessanter zijn.

Laat de ene specialist regelmatig schrijven over identity & access management. Laat een andere medewerker zich richten op cloudkosten. Een derde weet alles van softwaremigraties en een vierde van AI-governance. Zo ontstaat er na verloop van tijd een herkenbare koppeling tussen een persoon en een onderwerp.

Dat is nuttig voor lezers, voor het netwerk van die medewerker én mogelijk voor systemen die proberen te bepalen welke bron relevante informatie over een onderwerp bevat.

Het Meltwater-onderzoek biedt geen garantie dat medewerker X na tien goede posts ineens door ChatGPT wordt geciteerd. Zo werkt het niet. Ook weten we niet precies hoe zwaar individuele signalen in verschillende AI-systemen wegen en dat kan bovendien voortdurend veranderen. Maar het onderzoek maakt wel duidelijk dat persoonlijke expertise inmiddels onderdeel is van het speelveld.

Je bedrijfswebsite verdwijnt dus niet

Betekent dit dat je voortaan alle blogs van de website kunt verwijderen en iedereen lekker op LinkedIn moet laten schrijven? Nee dus.

Je eigen website blijft de plek waar je volledige controle hebt over je content, structuur, actualisering en conversie. Bovendien gebruiken AI-systemen veel meer bronnen dan LinkedIn alleen.

Het interessante is juist dat de grens tussen bedrijfscontent en persoonlijke content minder duidelijk wordt. Een inhoudelijke LinkedIn-post van een cloudarchitect kan bijdragen aan de zichtbaarheid van zijn werkgever. Een presentatie van een securityspecialist kan maanden later nog worden gevonden. Een interview met de CTO op een externe website kan informatie bevatten die nergens op de bedrijfswebsite staat.

Je online aanwezigheid bestaat daardoor steeds minder alleen uit de pagina’s op je eigen domein. Het is het totaal aan openbare kennis dat rond je bedrijf en je mensen te vinden is.

De contentafdeling wordt een kennisredactie

De contentmarketeer van de komende jaren hoeft niet alleen goed te kunnen schrijven of een contentkalender te beheren. Hij of zij moet weten waar in de organisatie kennis zit. De vraag is dan niet meer alleen: wat gaan we publiceren? Maar eerst: wat weten we eigenlijk?

Wie weet veel over onderwerp X? Welke klantvragen horen we steeds opnieuw? Welke collega heeft een afwijkende maar goed onderbouwde visie? Welke lessen hebben we geleerd uit projecten? Welke kennis zit alleen in presentaties, Teams-gesprekken en de hoofden van medewerkers?

Vervolgens moet je die kennis ontsluiten.

Soms wordt dat een blog. Soms een LinkedIn Article. Soms een gewone LinkedIn-post. Soms een whitepaper, video, webinar, podcast of bijdrage aan een vakmedium. De publicatievorm komt pas daarna. De expertise komt eerst.

En ook bij het schrijven zelf verandert er iets. In Effectief schrijven voor AI lees je meer over hoe je informatie zo opschrijft dat die niet alleen voor mensen, maar ook voor AI-systemen duidelijk en bruikbaar is.

Je beste content werkt misschien al bij je

Dat maakt het onderzoek van Meltwater en LinkedIn wat mij betreft interessanter dan alleen de constatering dat LinkedIn vaak door AI wordt geciteerd. Het laat zien dat online vindbaarheid niet uitsluitend het domein is van websites, SEO-specialisten en corporate communicatie.

De mensen binnen een organisatie worden zelf onderdeel van de informatie waarop anderen – en AI-systemen – hun beeld van een onderwerp, product of bedrijf baseren.

Vooral voor technische B2B-bedrijven biedt dat kansen. Daar zit tenslotte vaak veel meer kennis in de organisatie dan er ooit op de website terechtkomt. Misschien hoef je daarom niet te beginnen met de vraag welke content je nog moet maken.

Begin eens met een andere vraag:

Wie binnen ons bedrijf weet iets wat de moeite waard is om te publiceren?

De kans is groot dat je volgende tien onderwerpen dan een stuk sneller gevonden zijn.

Posted by melanie@copytogo.nl in Content met visie, Tekst&tips, 0 comments
Wanneer korte content werkt (en wanneer niet)

Wanneer korte content werkt (en wanneer niet)

Kleine Mevrouw kan iets wat drie minuten duurde in ongeveer drie kwartier vertellen. Inclusief dialogen, achtergrondinformatie en details waarvan ik niet wist dat ze relevant konden zijn. Soms onderbreek ik haar voorzichtig: “En wat gebeurde er toen?”

“Mahaam, dat vertel ik je zo.”

Misschien hebben schrijvers daar ook een handje van. Maar meer woorden betekenen niet automatisch betere content. Soms wordt een tekst juist sterker als je de helft weglaat.

En toch is kort ook niet per definitie beter. Een LinkedIn-post van 150 woorden kan precies genoeg zijn. Een uitleg over complexe wetgeving waarschijnlijk niet. De vraag is dus niet: moet content kort of lang zijn? De vraag is: hoeveel informatie heeft de lezer nodig om te krijgen waarvoor hij kwam?

Wanneer werkt korte content?

Short-form content werkt vooral goed als de informatiebehoefte klein en duidelijk is. Iemand zoekt één antwoord, inzicht of actie en hoeft daarvoor niet eerst een compleet dossier door.

De vraag heeft een eenvoudig antwoord

Wat betekent SaaS? kun je vrij snel beantwoorden. Hetzelfde geldt voor Waar staat CTA voor?

Je kunt er natuurlijk nog achthonderd woorden achtergrondinformatie achteraan plakken, maar als de lezer alleen voor het antwoord kwam, ben je vooral zijn tijd aan het gebruiken.

Kort werkt dus goed als de vraag concreet is en weinig nuance nodig heeft.

De lezer wil iets doen

Ook instructies kunnen vaak kort. Waar verander ik deze instelling? Hoe voeg ik een gebruiker toe? Welke documenten heb ik nodig?

De lezer zit dan meestal niet te wachten op een sfeervolle introductie over het belang van zorgvuldig gebruikersbeheer. Hij wil klikken.

Duidelijke stappen en tussenkoppen zijn dan belangrijker dan uitgebreid proza. De beste tekst is soms de tekst die zo snel mogelijk uit de weg gaat.

Het kanaal vraagt om snelheid

Op social media, in advertenties en in e-mails heb je vaak maar kort de aandacht. Short-form content kan daar prima één idee overbrengen, nieuwsgierigheid wekken of iemand doorsturen naar uitgebreidere informatie.

Dat betekent overigens niet dat iedere LinkedIn-post uit drie zinnen en een raketemoji moet bestaan. We hebben grenzen.

Wanneer is kort té kort?

Kort schrijven wordt een probleem zodra je niet alleen woorden schrapt, maar ook informatie die de lezer nodig heeft.

Als het onderwerp complex is

Cybersecurity, AI, wetgeving en technische implementaties laten zich niet altijd in drie alinea’s vangen. Soms zijn begrippen, voorwaarden en uitzonderingen nodig om iets goed uit te leggen.

Dat geldt ook voor content die door zoekmachines en AI-systemen moet worden begrepen. Kort mág, maar het antwoord moet wel compleet genoeg blijven. Dat sluit aan bij wat ik eerder schreef over GEO en content die gevonden wordt in LLM’s.

Als iemand moet vergelijken of beslissen

Wie alleen wil weten wat een API is, heeft genoeg aan een korte uitleg. Wie twee softwareplatforms vergelijkt voor een investering van een paar ton waarschijnlijk niet.

Hoe groter de beslissing, het risico of de investering, hoe meer informatie iemand meestal nodig heeft. Dan moet je verschillen, voor- en nadelen en relevante uitzonderingen behandelen.

Als claims onderbouwing nodig hebben

“Onze oplossing bespaart je 40 procent tijd.”

Mooi. Hoe dan?

Een korte claim kan aandacht trekken, maar stevige beweringen vragen om bewijs: cijfers, onderzoek, voorbeelden of klantcases. Anders houd je vooral een lekker korte tekst over.

Google adviseert bij content overigens ook om niet voor een vooraf bepaald aantal woorden te schrijven, maar vooral content te maken die daadwerkelijk nuttig is voor de bezoeker. In de richtlijnen voor helpful content van Google staat expliciet dat Google geen voorkeursaantal woorden hanteert.

Hoe bepaal je de juiste lengte?

Een magisch aantal woorden bestaat dus niet. Kijk liever naar een paar concrete besliscriteria:

  1. Hoe complex is de vraag? Een eenvoudige vraag kan meestal korter.
  2. Hoeveel voorkennis heeft de lezer? Beginners hebben vaak meer uitleg nodig.
  3. Hoe groot is de beslissing die genomen moet worden? Meer risico of investering vraagt meestal om meer informatie.
  4. Zijn nuance en uitzonderingen belangrijk? Dan heb je ruimte nodig.
  5. Wat moet iemand na afloop kunnen? Iets weten vraagt minder dan vergelijken of beslissen.

En daarna komt misschien wel het leukste onderdeel: schrappen. Zoals ik ook schreef bij sterke werkwoorden, wordt een tekst vaak krachtiger als je omslachtige formuleringen vervangt door directe taal.

Kun je de vraag volledig beantwoorden in 300 woorden? Stop dan bij 300. Heb je er 1.200 nodig om iemand echt verder te helpen? Ook prima.

De kunst is niet om zo kort mogelijk te schrijven. De kunst is om geen woorden te gebruiken die hun verblijf in je tekst niet kunnen verantwoorden. Of, zoals Kleine Mevrouw na een verhaal van drie kwartier zou zeggen:

“Dus ja. Dat was het eigenlijk.”

Posted by melanie@copytogo.nl in Content met visie, Tekst&tips, 0 comments
GEO: zo zorg je ervoor dat je content gevonden wordt in LLM’s

GEO: zo zorg je ervoor dat je content gevonden wordt in LLM’s

Wil je dat je content gevonden en gebruikt wordt door LLM’s zoals ChatGPT, Gemini en Claude? Zorg dan dat je informatie vindbaar, begrijpelijk, betrouwbaar en citeerbaar is. Beantwoord concrete vragen, geef het belangrijkste antwoord direct, maak duidelijk waar je expertise ligt en onderbouw je verhaal met feiten, bronnen en eigen kennis. Die manier van optimaliseren wordt vaak Generative Engine Optimization (GEO) genoemd.

Klanten vragen me de laatste tijd steeds vaker hoe je dat doet. Logisch, want bedrijven hebben jarenlang geïnvesteerd in SEO en zien nu dat hun doelgroep niet meer uitsluitend via Google naar informatie zoekt. Wat gebeurt er als een potentiële klant zijn vraag niet intikt in Google, maar stelt aan ChatGPT, Gemini, Claude of een andere AI-assistent? En hoe zorg je ervoor dat jouw bedrijf dan überhaupt in beeld komt?

Reden genoeg om me eens uitgebreider in GEO te verdiepen. Wat kunnen we op dit moment daadwerkelijk zeggen over vindbaarheid via LLM’s? Welke bekende SEO-principes blijven overeind? Wat moet je anders doen? En welke GEO-tips klinken vooral aantrekkelijk, maar houden in de praktijk niet altijd stand?

Eén ding wordt al snel duidelijk: GEO is geen trucje waarmee je een website even ‘optimaliseert voor ChatGPT’. Het is vooral een andere manier van kijken naar online content. Je optimaliseert niet alleen voor een positie en een klik, maar ook voor de mogelijkheid dat jouw informatie onderdeel wordt van een gegenereerd antwoord.

Wat bedoelen we eigenlijk met GEO?

Generative Engine Optimization is het optimaliseren van online content zodat generatieve zoek- en antwoordsystemen informatie gemakkelijker kunnen vinden, begrijpen en gebruiken. Het doel is dus niet alleen zichtbaarheid in een lijst met zoekresultaten, maar ook zichtbaarheid in het antwoord zelf.

Daar zit meteen een belangrijk verschil met traditionele SEO.

Bij SEO wil je bijvoorbeeld hoog scoren wanneer iemand zoekt op managed security provider Nederland. Je hoopt dat iemand jouw resultaat ziet, erop klikt en vervolgens op je website terechtkomt.

Bij een LLM kan dezelfde informatiebehoefte heel anders worden geformuleerd:

“Welke Nederlandse IT-bedrijven kunnen een organisatie met 250 medewerkers helpen met managed security en 24/7 monitoring?”

De gebruiker krijgt vervolgens geen klassieke lijst met tien blauwe links. Het systeem probeert zelf een antwoord samen te stellen. Afhankelijk van het gebruikte systeem en de zoekmogelijkheden kan dat antwoord gebaseerd zijn op verschillende online bronnen.

Dan ontstaat een nieuw doel voor contentmarketing: je wilt niet alleen een goede pagina hebben, maar informatie publiceren die zo’n systeem kan herkennen als relevant en bruikbaar.

Waarom vraagt zoeken via een LLM om een andere aanpak?

Omdat mensen bij een LLM veel specifieker kunnen vertellen wat ze willen weten. In plaats van een paar zoekwoorden voeren ze een gesprek, voegen ze context toe en stellen ze vervolgvragen.

Neem een IT-manager die wil weten hoe zijn organisatie zich beter kan beschermen tegen ransomware.

In Google zoekt hij misschien achtereenvolgens op:

  • ransomware maatregelen;
  • ransomware bescherming bedrijven;
  • EDR ransomware;
  • back-up ransomware;
  • cybersecurity advies.

Bij een AI-assistent kan hij meteen vragen:

“Welke technische en organisatorische maatregelen moet een Nederlands bedrijf met ongeveer 200 medewerkers nemen om de kans op en impact van een ransomware-aanval te verkleinen?”

Dat is een veel rijkere informatievraag.

Dat betekent dus ook dat het minder interessant wordt om uitsluitend vanuit losse zoekwoorden te denken. Je wilt vooral begrijpen welke vragen, problemen, vergelijkingen en beslissingen achter die zoekwoorden zitten.

Dat is overigens ook voor SEO geen slecht idee. Goede GEO en goede SEO liggen dichter bij elkaar dan sommige nieuwe termen doen vermoeden. Die verschuiving naar uitgebreidere, meer natuurlijke vragen zagen we trouwens al eerder bij voice search.

Is GEO dan niet gewoon SEO in een nieuw jasje?

Niet helemaal. GEO en SEO overlappen sterk, maar de gewenste uitkomst verschilt.

Een technisch toegankelijke website, sterke content, duidelijke expertise, interne links en externe autoriteit blijven waardevol. Veel werk dat je voor SEO doet, helpt dus ook wanneer je beter zichtbaar wilt worden in generatieve zoekomgevingen. Het verschil zit vooral in waar je voor optimaliseert.

Bij klassieke SEO denk je al snel:

“Hoe krijg ik deze pagina hoger bij deze zoekopdracht?”

Bij GEO komt daar een andere vraag naast te staan:

“Hoe zorg ik ervoor dat de informatie op deze pagina bruikbaar is bij het beantwoorden van deze vraag?”

Dat lijkt een subtiel verschil, maar het verandert de manier waarop je content schrijft. Je gaat minder denken in pagina’s die over een zoekwoord gaan en meer in pagina’s die vragen zo goed mogelijk beantwoorden.

Welke vragen moet je dan beantwoorden?

De interessantste GEO-vragen vind je vaak gewoon binnen je eigen organisatie. Kijk naar wat klanten, prospects en gebruikers daadwerkelijk willen weten.

Vraag bijvoorbeeld aan sales welke vragen tijdens kennismakingsgesprekken steeds terugkomen. Vraag consultants welke begrippen ze voortdurend moeten uitleggen. Bekijk supporttickets. Lees e-mails van klanten. Luister mee met demo’s. Kijk welke bezwaren prospects hebben voordat ze een offerte tekenen.

Voor een cloudleverancier kunnen daar bijvoorbeeld vragen uit komen als:

  • ”Wanneer is Azure goedkoper dan een eigen serveromgeving?”
  • “Hoe lang duurt een cloudmigratie voor een organisatie met 100 medewerkers?”
  • “Welke applicaties kun je beter niet naar de public cloud migreren?”
  • “Wat is het verschil tussen een MSP en een traditionele IT-beheerder?”
  • “Welke kosten vergeten bedrijven vaak bij een migratie naar Microsoft Azure?”

Dat zijn interessante onderwerpen omdat er een duidelijke informatiebehoefte achter zit.

Zoekwoordonderzoek blijft daarbij nuttig. Alleen zou ik zoekvolume niet langer als enige kompas gebruiken. Een vraag die maandelijks maar weinig letterlijk in Google wordt ingetikt, kan in salesgesprekken of AI-conversaties juist bijzonder relevant zijn.

Hoe bouw je een GEO-vriendelijke pagina op?

Begin iedere belangrijke sectie met het antwoord en geef daarna pas de verdieping. Daarmee maak je informatie snel begrijpelijk voor zowel mensen als machines.

Dat doe ik, heel bewust, ook met dit artikel.

De tussenkop hoeft daarbij niet eens letterlijk een vraag te zijn. Een kop als:

De kosten van een cloudmigratieimpliceert al: “Wat kost een cloudmigratie?”

Vervolgens zou de eerste alinea direct antwoord moeten geven.

Bijvoorbeeld:

“De kosten van een cloudmigratie hangen vooral af van het aantal workloads, de hoeveelheid data, de complexiteit van applicaties en de gekozen cloudomgeving. Daardoor kan een relatief eenvoudige migratie enkele duizenden euro’s kosten, terwijl complexe trajecten vele malen duurder zijn.”

Daarna kun je uitleggen welke factoren precies invloed hebben op de prijs.

De basisstructuur wordt daarmee:

informatiebehoefte → kort antwoord → uitleg → bewijs → nuance → eventueel een voorbeeld.

Dat is fijn voor iemand die snel antwoord zoekt, maar maakt een passage ook zelfstandiger bruikbaar voor zoek- en antwoordsystemen.

En voorkom vooral dat een lezer eerst vijf alinea’s warming-up moet doorstaan voordat je vertelt waarvoor hij kwam. Je weet best wat ik daarmee bedoel. Iets als:“In een wereld die voortdurend verandert, staan organisaties voor steeds grotere uitdagingen. Digitalisering speelt daarbij een steeds belangrijkere rol. Bedrijven moeten daarom blijven innoveren om toekomstbestendig te blijven.”

Na drie zinnen weet je nog steeds niets.

Schrijf liever:

“Een managed service provider (MSP) neemt het dagelijkse beheer van een deel of de volledige IT-omgeving van een organisatie over tegen terugkerende kosten.”

BAM. Lekker duidelijk. De nuance kan daarna komen.

Dit is trouwens niet alleen een GEO-principe. Het is gewoon goede copywriting. GEO maakt alleen extra zichtbaar hoeveel zakelijke content bestaat uit woorden die nauwelijks informatie bevatten.

Hoe maak je duidelijk waar je organisatie verstand van heeft?

Benoem expliciet wie je bent, wat je doet, voor wie je dat doet en op welke onderwerpen je expertise hebt. Vermijd algemene marketingtaal wanneer je ook concrete informatie kunt geven.

Neem een zin als:

“Wij helpen ambitieuze organisaties vooruit met innovatieve oplossingen die écht impact maken.”

Daar kan vrijwel ieder bedrijf ter wereld zijn logo boven zetten. Maar het gaat om jouw organisatie. Dus het kan duidelijker. Bijvoorbeeld:

“Copytogo schrijft Nederlandstalige B2B-content voor bedrijven in IT en technologie, waaronder blogs, whitepapers, klantcases en webteksten.”

Nu ontstaan duidelijke relaties tussen begrippen: Copytogo, B2B-content, IT, technologie, blogs, whitepapers, klantcases en webteksten. Dat soort duidelijkheid helpt bezoekers om onmiddellijk te begrijpen wat je doet. Tegelijk geef je machines veel minder ruimte om te moeten raden waar je organisatie mee geassocieerd moet worden.

Vage marketingtaal is niet alleen vervelend voor je lezer. Het levert ook bijzonder weinig bruikbare informatie op.

Waarom zijn goede definities interessant voor GEO?

Definities geven in weinig woorden veel context. Beschrijf daarom duidelijk wat een specialistisch begrip betekent zodra het relevant wordt.

Schrijf je over FinOps, observability, zero trust, NIS2, API-management of GEO? Geef dan vroeg op de pagina een korte definitie. Daarna kun je de uitzonderingen, discussies en nuances behandelen.

Probeer zo’n definitie bovendien niet kunstmatig ingewikkeld te maken om deskundiger te klinken. Een goede definitie is juist compact en begrijpelijk.

Vraag jezelf af:

“Zou iemand die alleen deze alinea leest begrijpen wat dit begrip betekent?”

Is het antwoord ja, dan ben je aardig op weg.

Waarom wordt oorspronkelijke informatie steeds waardevoller?

Omdat website nummer 437 die ongeveer hetzelfde vertelt als de vorige 436 websites weinig nieuwe informatie toevoegt. Met eigen kennis geef je mensen én systemen iets wat niet overal al beschikbaar is.

Wat is oorspronkelijke content dan? Je kunt daarbij denken aan:

  • eigen onderzoeken;
  • enquêtes;
  • benchmarks;
  • geanonimiseerde klantdata;
  • praktijkervaringen;
  • experimenten;
  • technische tests;
  • klantcases;
  • eigen frameworks;
  • analyses van projecten;
  • interviews met experts.

Een cybersecuritybedrijf kan bijvoorbeeld honderd uitgevoerde securityscans analyseren en publiceren welke configuratiefouten het vaakst voorkomen.

Een SaaS-leverancier kan geanonimiseerde gebruiksdata analyseren en laten zien welke functies gebruikers het meest inzetten.

Een IT-dienstverlener kan op basis van tientallen migraties uitleggen welke onderdelen van een Microsoft 365-migratie in de praktijk de meeste vertraging veroorzaken.

Dat is informatie die niet ontstaat door de eerste drie resultaten in Google samen te vatten. Je publiceert iets wat er daarvoor nog niet was.

En cijfers hoeven helemaal niet saai te zijn. Je kunt data juist gebruiken om een inhoudelijk verhaal sterker te maken. Daar schreef ik eerder al over in mijn artikel over data-gedreven storytelling.

Hoe zorg je ervoor dat jouw informatie citeerbaar wordt?

Maak uitspraken specifiek, afgebakend en controleerbaar. Een concrete claim is veel bruikbaarder dan een algemene marketingbewering.

Vergelijk:

“Onze oplossing bespaart bedrijven enorm veel tijd.”

met:

“Uit een analyse van 47 implementaties in 2025 blijkt dat beheerders na invoering gemiddeld 6,2 uur per week minder kwijt waren aan handmatige gebruikersadministratie.”

De tweede uitspraak bevat veel meer informatie.

Wie heeft het onderzocht? Hoeveel implementaties zijn bekeken? Wanneer? Wat is er gemeten? Wat kwam eruit?

Als je zulke cijfers publiceert, beschrijf dan ook de methode. Vertel waar de data vandaan komt, hoeveel waarnemingen er waren en welke beperkingen het onderzoek heeft.

Op die manier maak je een bewering niet alleen gemakkelijker te citeren, maar ook geloofwaardiger voor een menselijke lezer.

Een handige test tijdens het schrijven is daarom:

Kan iemand deze uitspraak los uit mijn artikel halen en nog steeds begrijpen wat ermee bedoeld wordt?

Hoe laat je zien dat informatie betrouwbaar is?

Onderbouw belangrijke beweringen met primaire bronnen, actuele cijfers en zichtbare expertise. Geef een lezer de mogelijkheid om te controleren waar informatie vandaan komt.

Link je naar onderzoek? Probeer dan waar mogelijk naar het oorspronkelijke onderzoek te verwijzen in plaats van naar een blog dat het onderzoek samenvat.

Bespreek je wetgeving? Verwijs naar de officiële instantie of wetstekst. Noem je statistieken? Geef de bron en het jaar. Doe je zelf een onderzoek? Beschrijf je methode.

Ook auteurschap speelt hierin mee. Maak duidelijk wie een artikel heeft geschreven en waarom die persoon verstand heeft van het onderwerp. Een technisch artikel over Kubernetes krijgt meer context wanneer zichtbaar is dat de auteur dagelijks Kubernetes-omgevingen ontwerpt of beheert.

Je hoeft van iedere blog geen wetenschappelijk artikel te maken. Maar hoe groter of gevoeliger een bewering, hoe belangrijker het wordt dat je kunt laten zien waarop die gebaseerd is.

En ja, daar zit bij GEO op dit moment een lastigheid. Ik kan je bijvoorbeeld geen Copytogo-onderzoek voorschotelen waaruit blijkt dat aanpak X de kans om in een AI-antwoord te verschijnen met 37 procent verhoogt. Die data heb ik niet.

En dus ben ik voorzichtig met zulke claims. GEO is nog volop in ontwikkeling en generatieve systemen veranderen snel. Dat maakt het extra belangrijk om onderscheid te maken tussen wat logisch en aantoonbaar verstandig is en wat iemand vooral heel overtuigend als dé nieuwste GEO-hack presenteert.

Waarom helpt een heel kennisgebied meer dan één goed artikel?

Wanneer je een onderwerp vanuit meerdere relevante invalshoeken behandelt, wordt je expertise duidelijker zichtbaar. Bouw daarom contentclusters in plaats van een verzameling losstaande blogs.

Neem een cybersecuritybedrijf.

Eén artikel over ransomware vertelt iets over de expertise van het bedrijf. Maar een samenhangende kennisbank over ransomware, phishing, endpoint security, EDR, back-ups, incident response, pentesting, NIS2, ISO 27001 en security awareness vertelt veel meer. Vervolgens verbind je die onderwerpen met elkaar.

Vanuit ransomware verwijs je naar back-upstrategieën. Vanuit back-ups naar disaster recovery. Vanuit disaster recovery naar business continuity. Vanuit incident response naar monitoring en EDR.

En zo ontstaat een inhoudelijk netwerk. Dat helpt bezoekers die verder willen lezen, maar maakt ook duidelijker met welke onderwerpen je organisatie zich bezighoudt.

SEO-specialisten noemen dit vaak topical authority. Welke term je er ook aan geeft, het principe is eenvoudig: laat niet één keer zien dat je iets weet. Bouw aantoonbaar kennis op rond het volledige onderwerp.

Waarom telt wat anderen over je zeggen ook mee?

Omdat je eigen website maar één bron is. Externe vermeldingen, links en citaties zorgen ervoor dat informatie over jouw organisatie ook buiten je eigen domein bestaat.

Iedereen kan op zijn eigen homepage zetten:

“Wij zijn dé toonaangevende specialist in cybersecurity.”

Maar wie zegt dat dat ook waar is? Je komt al snel in het domein van ‘Wij van WC-eend…’

Het wordt interessanter wanneer vakmedia je onderzoek bespreken, andere experts naar je artikelen verwijzen, je specialisten op congressen spreken, podcasts je uitnodigen of brancheorganisaties je bedrijf noemen. Daarmee raakt GEO ook aan digitale PR.

En kijk daarbij verder dan traditionele vakmedia. Ook communities, forums, kennisbanken en andere plekken waar mensen binnen jouw vakgebied informatie uitwisselen, maken deel uit van het online informatielandschap.

Dat betekent overigens niet dat je nu met een vers aangemaakt Reddit-account onder ieder relevant topic moet schrijven dat jouw bedrijf toevallig dé oplossing heeft. Dat heet geen GEO. Dat heet gewoon spam.

Interessanter is de vraag waar je doelgroep en vakgenoten daadwerkelijk over jouw onderwerp praten. Wordt jouw onderzoek aangehaald? Wordt je product besproken? Komt een specialist uit je organisatie voor in inhoudelijke discussies? Is feitelijke informatie over je bedrijf ook buiten je eigen website terug te vinden?

Het doel is dus niet simpelweg zoveel mogelijk links of vermeldingen verzamelen. Relevantie en context zijn belangrijker. Als een technisch vakmedium jouw benchmark over cloudkosten bespreekt en naar het onderzoek verwijst, zegt dat inhoudelijk veel meer dan een willekeurige link vanaf een website die niets met cloudcomputing te maken heeft.

Zorg dus niet alleen dat je zelf over je expertise schrijft. Zorg dat je iets publiceert waar anderen reden toe hebben om over te schrijven.

Kunnen AI-crawlers je website eigenlijk wel bereiken?

Als je wilt dat je content via generatieve zoekfuncties gevonden kan worden, moet je voorkomen dat je relevante crawlers per ongeluk blokkeert. Maar let op: niet iedere AI-bot doet hetzelfde.

Dat onderscheid is belangrijk.

OpenAI gebruikt bijvoorbeeld OAI-SearchBot om openbare webcontent vindbaar te maken voor ChatGPT Search. Volgens OpenAI moet je deze crawler niet blokkeren als je wilt dat inhoud van je website kan worden opgenomen in samenvattingen en snippets in ChatGPT. OpenAI legt dat zelf uit in de documentatie voor publishers en developers.

Bij Anthropic zijn er verschillende crawlers met verschillende functies. ClaudeBot heeft betrekking op content die mogelijk voor modelontwikkeling wordt gebruikt, terwijl Claude-SearchBot bedoeld is voor websearch en Claude-User content kan ophalen naar aanleiding van een opdracht van een gebruiker. Anthropic beschrijft de verschillen tussen deze bots in zijn documentatie.

Ook Perplexity maakt dat onderscheid. PerplexityBot is volgens Perplexity bedoeld om websites te indexeren en als bron in zoekresultaten te kunnen tonen, niet voor het pretrainen van foundation models. Perplexity legt hier uit hoe zijn crawler met robots.txt omgaat.

Je moet je dus afvragen welke bots waarvoor gebruikt worden en of jij wilt dat jouw content daarvoor gebruikt wordt.

Controleer daarvoor in ieder geval je robots.txt. Kijk daarnaast naar je firewall, CDN en eventuele botbeveiliging. Een crawler kan in robots.txt keurig toegang hebben en vervolgens alsnog door een beveiligingslaag worden tegengehouden.

Heb je toegang gegeven? Dan is dat nog geen garantie op zichtbaarheid. Je hebt de deur opengezet, nu afwachten of de LLM’s binnen willen komen en je pagina’s citeren. Crawlbaarheid is een voorwaarde, geen VIP-ticket naar ieder AI-antwoord.

Lost structured data het GEO-vraagstuk op?

Nope, zo makkelijk is het niet. Structured data kan machines helpen begrijpen wat bepaalde informatie op een pagina voorstelt, maar het verandert matige content niet in een goede bron.

Met Schema.org-markup kun je bijvoorbeeld explicieter aangeven dat iets een organisatie, persoon, artikel, product, vacature of evenement is. Dat is nuttig. Maar als je artikel inhoudelijk weinig zegt, lost een stukje code dat probleem niet op.

De technische basis blijft wel belangrijk. Zorg dat belangrijke content toegankelijk en crawlbaar is, gebruik semantische HTML, maak een logische sitestructuur en verbind gerelateerde pagina’s met interne links.

Zie structured data vervolgens als extra verduidelijking, niet als vervanging voor goede content.

Gaat llms.txt ervoor zorgen dat ChatGPT je website gebruikt?

Ga daar niet van uit. Een llms.txt-bestand is geen magische aanmeldknop waarmee je jouw website toevoegt aan ChatGPT, Gemini of Claude.

Het idee achter llms.txt is dat websites AI-systemen gemakkelijker naar relevante informatie kunnen verwijzen. Dat maakt het een interessante ontwikkeling om te volgen. Maar de aanwezigheid van zo’n bestand betekent niet automatisch dat je content wordt gelezen, opgenomen, genoemd of geciteerd.

Hetzelfde geldt voor andere technische GEO-hacks die de komende jaren ongetwijfeld voorbij zullen komen. Als een tip belooft dat één bestandje, stukje code of speciale formulering je ineens zichtbaar maakt in alle grote LLM’s, is enige scepsis verstandig.

De basis is veel minder spannend: publiceer toegankelijke, duidelijke, oorspronkelijke en betrouwbare informatie.

Kun je eigenlijk wel ‘ranken’ in ChatGPT?

Niet op dezelfde voorspelbare manier als in een traditionele zoekmachine. Antwoorden van LLM’s kunnen veranderen door de formulering van een prompt, het gebruikte model, beschikbare bronnen, actualiteit en context uit het gesprek.

Dat maakt GEO fundamenteel minder statisch dan klassieke ranktracking.

Bij Google kun je redelijk eenvoudig volgen of een pagina vandaag op positie vier en volgende maand op positie twee staat voor een bepaalde zoekopdracht. Bij een LLM ligt dat ingewikkelder.

Vraag:“Wat zijn goede Nederlandse cybersecuritybedrijven?” en je kunt een ander antwoord krijgen dan bij:“Welke Nederlandse cybersecuritypartij is geschikt voor een middelgrote zorgorganisatie die hulp nodig heeft met NIS2?”

De context bepaalt mede welke informatie relevant wordt.

Denk daarom liever in zichtbaarheid rond onderwerpen en vragen dan in één absolute AI-ranking.

Hoe meet je dan of GEO iets oplevert?

GEO meet je voorlopig het best door verschillende signalen te combineren. Kijk naar verkeer vanuit AI-platforms, merkvermeldingen, gebruikte bronnen, landingspagina’s en de onderwerpen waarbij je organisatie wel of niet zichtbaar wordt.

Je kunt om te beginnen in je webanalytics kijken naar referral traffic vanuit AI-platforms. Maak bijvoorbeeld in GA4 een rapport of segment waarin je verkeer vanuit bekende AI-diensten apart bekijkt. Vervolgens kun je onderzoeken:

  • hoeveel bezoeken komen via AI-platforms binnen?
  • op welke pagina’s landen die bezoekers?
  • welke onderwerpen trekken relatief veel AI-referral traffic?
  • wat doen deze bezoekers vervolgens op je website?
  • leveren deze bezoeken aanvragen, downloads of andere conversies op?

Daarmee meet je overigens nog steeds maar een deel van het effect. Iemand kan je bedrijfsnaam in een AI-antwoord tegenkomen en vervolgens rechtstreeks naar je website gaan of je naam in Google intikken. Dat bezoek verschijnt dan niet netjes als ‘afkomstig van AI’ in je rapport.

Combineer analytics daarom met een vaste set prompts die voor je bedrijf commercieel belangrijk zijn.

Stel die periodiek aan de AI-systemen die voor jouw doelgroep relevant zijn en leg per test bijvoorbeeld vast:

  • welke prompt je hebt gebruikt;
  • welk systeem en eventueel welk model je hebt getest;
  • op welke datum je hebt getest;
  • of je organisatie wordt genoemd;
  • welke concurrenten worden genoemd;
  • welke bronnen worden gebruikt;
  • welke pagina’s worden aangehaald;
  • met welke onderwerpen je merk wordt geassocieerd;
  • of de informatie over je organisatie klopt.

Gebruik daarbij steeds dezelfde kernset aan vragen. Dan krijg je in ieder geval een enigszins reproduceerbare manier om veranderingen te volgen.

Verwacht alleen geen keurige rechte lijn omhoog zoals bij een klassieke rankinggrafiek. LLM-antwoorden zijn daarvoor te afhankelijk van context en systeemgedrag.

GEO meten lijkt voorlopig dus minder op traditioneel ranktracken en meer op een combinatie van SEO-, merk- en reputatiemonitoring.

Waar begin je als je bestaande content wilt optimaliseren?

Begin met je belangrijkste bestaande pagina’s en beoordeel ze vanuit de informatiebehoefte van je klant. Vaak hoef je niet meteen honderd nieuwe blogs te produceren.

Pak bijvoorbeeld je tien of twintig belangrijkste pagina’s erbij.

Stel per pagina een paar simpele vragen:

  • Welke concrete vraag beantwoordt deze pagina?
  • Staat het belangrijkste antwoord bovenaan?
  • Is binnen enkele seconden duidelijk waar de pagina over gaat?
  • Leggen we specialistische begrippen duidelijk uit?
  • Zijn belangrijke claims onderbouwd?
  • Staat er oorspronkelijke kennis of ervaring in?
  • Is duidelijk wie de auteur of organisatie achter de informatie is?
  • Verwijzen we naar relevante primaire bronnen?
  • Zijn gerelateerde onderwerpen intern met elkaar verbonden?
  • Bevat de pagina lege marketingzinnen die we door concrete informatie kunnen vervangen?
  • Kan de pagina door relevante zoek- en AI-crawlers worden bereikt?

Je zult waarschijnlijk ontdekken dat veel bestaande content best bruikbaar is, maar dat het antwoord te diep verstopt zit. Dan kan herschrijven al veel opleveren.

Vergeet ook oudere content niet. Een goed artikel kan jarenlang waardevol blijven, maar feiten, voorbeelden, links en technische ontwikkelingen verouderen wel. Ook evergreen content heeft af en toe onderhoud nodig.

Welke nieuwe content heeft de meeste kans om waardevol te zijn?

Maak content over vragen waarop jouw organisatie een beter antwoord kan geven dan wat er al online staat. Dat is interessanter dan simpelweg zoveel mogelijk artikelen publiceren.

Vraag daarvoor eens rond binnen je bedrijf:

  • Welke kennis zit alleen in het hoofd van een engineer?
  • Welke vergelijking legt sales iedere week opnieuw uit?
  • Welke fout ziet een consultant steeds terugkomen?
  • Welke cijfers kun je uit je eigen projecten halen?
  • Welke beslissing vinden klanten moeilijk?
  • Welke vraag krijgt support iedere maand tien keer?

Daar zitten vaak onderwerpen tussen waar geen zoekwoordtool je op wijst.

Juist die onderwerpen kunnen interessant zijn voor GEO. Ze geven je de mogelijkheid om echte expertise en oorspronkelijke informatie toe te voegen in plaats van bestaande internetcontent nog een keer samen te vatten.

En soms is de beste bron daarvoor geen document of dataset, maar een mens. Een goed interview met een specialist kan kennis boven tafel krijgen die anders nooit op je website terecht zou komen.

Wat betekent GEO uiteindelijk voor copywriting?

GEO maakt goede copywriting belangrijker, niet overbodig. De kern blijft dat je begrijpt wat iemand wil weten en daar een helder, betrouwbaar en overtuigend antwoord op geeft.

We hebben jarenlang content gezien die vooral werd geschreven omdat een zoekwoord een bepaald zoekvolume had. Vervolgens verschenen er artikelen van 1.500 woorden waarin hetzelfde antwoord vijf keer anders werd geformuleerd, met het zoekwoord keurig in de titel, intro, H2 en conclusie.

Generatieve zoekmachines geven ons geen garantie dat dat soort content verdwijnt. Maar ze geven bedrijven wél een extra reden om beter te schrijven.

Wees concreet. Geef antwoord. Onderbouw je claims. Deel kennis die niet overal staat. Maak duidelijk waar je expertise ligt. Zorg dat je website technisch toegankelijk is. En zorg dat anderen reden hebben om naar je informatie te verwijzen.

Eigenlijk komen we daarmee weer uit bij iets waar ik in 2024 al over schreef: effectief schrijven voor AI begint uiteindelijk gewoon bij goede, duidelijke content voor mensen.

Alleen is het speelveld inmiddels een stuk groter geworden.

En misschien is dat uiteindelijk de beste samenvatting van GEO:

Optimaliseer je content niet alleen om gevonden te worden. Zorg dat je content het waard is om als antwoord gebruikt te worden.

Posted by melanie@copytogo.nl in Content met visie, 0 comments
Hoe search verandert door AI

Hoe search verandert door AI

Online zoeken? Dat voelt ineens een stuk minder als googelen en een stuk meer als praten met een slimme collega. Waar Google jarenlang de poortwachter was tot alles wat het web te bieden heeft, zie je nu dat AI-tools als ChatGPT, Bing Copilot en Perplexity AI het zoekspel flink aan het herschikken zijn. Tijd om met een frisse blik te kijken naar hoe we informatie vinden én wat dat betekent voor jouw teksten.

Van zoekwoorden naar volzinnen

Zoekopdrachten worden steeds menselijker. In plaats van “beste CRM software” typen mensen nu: “Wat is de beste CRM-oplossing voor een klein IT-bedrijf met remote teams?” Die switch van keywords naar volledige vragen betekent dat jouw content ook in gesprek moet kunnen.

Voor jou als tekstschrijver betekent dat: weg met geforceerde zoekwoordjes, hallo natuurlijke taal. Beantwoord de vragen die je doelgroep écht heeft, in duidelijke taal en zonder poespas. Denk: helder, behulpzaam en to the point.

Zoekresultaten zonder klikken

We gaan steeds minder van link naar link. Dankzij AI krijgen gebruikers meteen een antwoord in beeld: zij hebben die klik niet meer nodig. En dus moet jouw content ook zonder die klik indruk maken.

De truc? Schrijf alsof je snippet wil zijn. Zet je kernboodschap meteen bovenaan, hou het bondig en zorg dat je tekst zelfstandig overeind blijft. Geen inleiding van vier alinea’s meer, gewoon meteen ter zake.

Context is koning

AI snapt steeds beter wie je bent, wat je zoekt en waarom. Die contextgevoeligheid betekent dat je content relevanter moet zijn dan ooit. Geen generiek geneuzel dus.

Stem je toon en inhoud af op je publiek. Laat merken dat je hun situatie begrijpt, en wees niet bang om keuzes te maken: voor wie schrijf je wel, en voor wie niet?

Je input is meer dan tekst

Zoekgedrag beperkt zich niet meer tot tikken. Mensen zoeken met beelden, spraak of zelfs video’s. AI combineert al die input naadloos.

Gevolg: jouw content mag best wat visueler en interactiever. Voeg infographics, video-uitleg of audio toe waar het past. Denk multimodaal; net als je lezers (en hun AI-assistenten).

AI is de nieuwe zoekmachine

Waarom nog googelen als ChatGPT je in één alinea vertelt wat je moet weten? Veel gebruikers slaan Google gewoon over. Ze stellen hun vraag direct aan AI. Dat maakt van jouw content ineens trainingsmateriaal voor taalmodellen.

Dus: schrijf helder, logisch opgebouwd en inhoudelijk sterk. Geen verkooppraatjes, wel bruikbare inzichten.

Content die werkt voor AI

Content moet niet alleen gevonden worden, maar ook begrepen worden. Dat vraagt om structuur, betrouwbaarheid en diepgang.

Laat SEO-hacks los en focus op waarde. Leg dingen rustig uit, onderbouw je claims en schrijf alsof je iemand écht iets wilt leren. Want dat is precies wat AI oppikt.

Wie betrouwbaar is, wordt gekozen

AI geeft de voorkeur aan bronnen die betrouwbaar, actueel en deskundig zijn. Als jij die bron wilt zijn, moet je dat ook uitstralen in je teksten.

Zorg voor duidelijke auteursinformatie, verwijs naar bronnen en laat zien dat je weet waar je het over hebt. Geen loze claims dus, maar goed onderbouwde inhoud.

Meer alternatieven, minder klikken

AI presenteert vaak meerdere invalshoeken tegelijk. Jij moet dus zorgen dat jouw verhaal opvalt tussen alle andere samenvattingen, suggesties en vervolgvraagjes.

Modulair schrijven helpt. Zorg dat elk blokje in je tekst zelfstandig waarde heeft. Dan is de kans groter dat AI jouw woorden uitkiest.

De snellere klantreis

Waar mensen eerst tien tabs openzetten om te vergelijken, vertrouwen ze nu op één AI-antwoord. Dat maakt de klantreis sneller, maar ook minder zichtbaar.

Zorg dus dat je content helpt bij het maken van keuzes. Zet voor- en nadelen op een rij, geef eerlijke adviezen en wees volledig. Daarmee word jij de gids waar AI op vertrouwt.

Wat gebeurt er met advertenties?

Als AI het antwoord zelf geeft, waar laat je dan je advertentie? Grote platforms experimenteren met gesponsorde AI-antwoorden, maar het landschap is nog in beweging.

Voor jou als tekstschrijver betekent dit: maak content die ook zonder advertentiebudget gevonden en gewaardeerd wordt. Denk educatief, niet promotioneel.

SEO leeft, maar krijgt gezelschap

Nee, SEO is niet dood. Maar het is ook niet meer genoeg. Je hebt nog steeds techniek, structuur en vindbaarheid nodig. Alleen komt daar nu een laag bovenop: AI-optimalisatie.

Dus ja: schrijf nog steeds met je keywords in het achterhoofd. Maar schrijf vooral met je lezer — en diens AI-assistent — in gedachten.

Van SEO naar GEO

Wil je echt vooroplopen? Dan is het tijd om GEO te leren kennen: generative engine optimization. In plaats van hoog in Google komen, wil je nu geciteerd worden door AI.

Wat GEO precies is en hoe je eraan begint? Dat lees je in het volgende blog.

Checklist: schrijven voor AI-gedreven search

Checklist AI-search

De toekomst van search? Minder links, meer antwoorden. AI neemt het stuur over, of we dat nu willen of niet, en dat betekent dat jouw teksten een nieuwe bestemming nodig hebben. Het is tijd om te schrijven voor een wereld waar je teksten gelezen worden en tegelijkertijd ook geselecteerd, samengevat én geciteerd.

Kun jij daar wel wat hulp bij gebruiken? Ik help je graag!

Posted by melanie@copytogo.nl in Content met visie, 0 comments
Creatief schrijven met data: inspiratie uit cijfers

Creatief schrijven met data: inspiratie uit cijfers

Laatst vertelde Kleine Mevrouw trots aan de eetkamertafel hoe ze een schatkaart had gemaakt op school. Die hoorde bij een verhaal dat ze wilde vertellen. Met symbolen, lijnen en cijfers had ze de locatie van haar schat aangegeven. Een combinatie van data en verbeelding dus, zoals Vriend terecht opmerkte. En dat bracht me op een idee, want data en creatief schrijven lijken misschien tegenpolen, maar niets is minder waar. Data biedt juist een schat aan inspiratie voor schrijvers. Ontdek hoe je data kunt gebruiken om je creatieve schrijfproces te boosten. Van het vinden van nieuwe invalshoeken tot het onderbouwen van je verhalen: data is jouw geheime wapen.

Laat je inspireren door data

Data kan een verrassende bron van inspiratie zijn. Door patronen en trends te analyseren, ontdek je nieuwe ideeën en perspectieven die je anders misschien over het hoofd zou zien. Gebruik demografische data om je klantprofielen tot leven te brengen of economische data om realistische situaties te schetsen. Door bijvoorbeeld gegevens over koopgedrag of werkgelegenheid te bestuderen, kun je de achtergrond en motivaties van klanten realistischer maken. Sociale mediagegevens kunnen je inzicht geven in de huidige interesses en discussies binnen je doelgroep. Dat helpt je om relevante en boeiende content te creëren. Ook historische data kan een rijke bron van inspiratie zijn. Denk maar eens aan vergelijkingen tussen ’toen’ en ‘nu’. De mogelijkheden zijn eindeloos: je kunt je zakelijke teksten een stuk creatiever maken met data.

Vertel verhalen met data

Verhalen vertellen met data gaat verder dan het simpelweg presenteren van cijfers. Het draait om het vertalen van droge statistieken naar een meeslepend verhaal dat je lezers boeit en informeert. Gebruik data om je verhaal te structureren en om belangrijke punten krachtiger over te brengen.

Voorbeeld:
Begin met een opvallende statistiek, zoals: “85% van de bedrijven die investeren in cybersecurity zien een daling van 50% in inbreuken binnen het eerste jaar.” Vervolgens bouw je rond deze data een verhaal op door te laten zien hoe specifieke beveiligingsmaatregelen hebben geleid tot succesvolle bescherming tegen bedreigingen. Door data visueel aantrekkelijk te maken met grafieken en infographics, maak je complexe informatie begrijpelijker en interessanter.

Bovendien helpt dergelijke data om je verhaal te onderbouwen en je argumenten te versterken. En dat vergroot je geloofwaardigheid. Uiteindelijk zorgt een goed verteld verhaal op basis van data ervoor dat je boodschap beter blijft hangen bij je publiek.

Vind nieuwe invalshoeken

Eén van de grootste uitdagingen voor schrijvers is het vinden van nieuwe invalshoeken. Data biedt hier uitkomst. Analyseer trends en patronen in data om unieke en verfrissende invalshoeken te ontdekken. Sociale mediagegevens kunnen bijvoorbeeld inzicht geven in populaire onderwerpen, terwijl zoekwoorddata helpt om te ontdekken waar je publiek naar zoekt.

Voorbeeld:
Je schrijft als ICT-bedrijf blogs over cloud computing. Door zoekwoorddata te analyseren, ontdek je dat veel mensen zoeken naar informatie over hybride cloudoplossingen. Deze data biedt je een handvat voor je volgende blogpost. Daarna kun je sociale mediagegevens analyseren om te zien welke aspecten van hybride cloudoplossingen het meest worden besproken en welke vragen het publiek heeft.

Door deze inzichten te gebruiken, kun je relevante en boeiende content creëren die aansluit bij de interesses en behoeften van je doelgroep.

Onderbouw je verhaal met cijfers

Ik zei het al eerder: data maakt je verhaal geloofwaardiger. Door statistieken en feiten te integreren, versterk je je argumenten en overtuig je je publiek. Dit is vooral nuttig bij het schrijven van teksten waar je betrouwbaarheid uit wilt stralen.

Voorbeeld:
Je schrijft een whitepaper over de voordelen van AI in de IT-sector. Door specifieke statistieken toe te voegen, zoals “bedrijven die AI-technologieën implementeren, zien een productiviteitsstijging van 40%,” maak je je verhaal overtuigender. Bovendien kun je case studies van bedrijven toevoegen die succes hebben geboekt met AI, ondersteund door meetbare resultaten.

Deze feiten en cijfers helpen om je beweringen te staven en zorgen ervoor dat je publiek meer vertrouwen heeft in je analyse. Uiteindelijk versterkt het gebruik van data de geloofwaardigheid van je document en maakt het je verhaal krachtiger en overtuigender.

Visualiseer je data

Data kun je ook visualiseren. Infographics, grafieken en tabellen presenteren complexe gegevens op een eenvoudige en visueel aantrekkelijke manier. Dit helpt niet alleen om je verhaal te verduidelijken, maar ook om de aandacht van je lezers vast te houden.

Voorbeeld:
Een rapport over de groei van cyberaanvallen over de afgelopen 5 jaar kan al snel droge kost worden. Door een grafiek te maken die de jaarlijkse toename van aanvallen laat zien, maak je de informatie direct begrijpelijker en heeft deze meer. Daarnaast kun je infographics gebruiken om complexe beveiligingsprocessen uit te leggen. Dat helpt om abstracte concepten concreet te maken voor je lezers. Het visueel presenteren van gegevens helpt je daarnaast kan ook om trends en patronen duidelijker te laten zien. Bovendien zorgen goed ontworpen visualisaties ervoor dat je rapport of artikel professioneler oogt en makkelijker te lezen is.

Zo zorg je ervoor dat je boodschap beter blijft hangen en je publiek de informatie sneller kan verwerken en onthouden.

Maak gebruik van big data

Big data biedt een schat aan informatie. Analyseer deze informatie om diepere inzichten te krijgen in de interesses en gedragingen van je publiek. Door bijvoorbeeld klantgedrag op je website te analyseren, kun je ontdekken welke onderwerpen het meest bekeken en gelezen worden. Stem je verhalen beter af op hun wensen en behoeften en maak je verhalen relevanter en boeiender.

Voorbeeld:
Voor jouw blogs over cybersecurity kun je big data analyseren. Daarbij ontdek je dat er een groeiende interesse is in zero-trust netwerken. Gebruik deze inzichten om content te creëren die direct inspeelt op deze interesse. Je kunt ook sociale mediadata analyseren om te zien welke cybersecurity-onderwerpen het meest worden besproken en welke vragen het vaakst worden gesteld. Door big data strategisch te gebruiken, bedien jij je publiek beter en maak je jouw content effectiever.

Wek empathie op met data

Hoewel data vaak als koud en onpersoonlijk wordt gezien, kan het je juist helpen om empathie op te wekken. Gebruik cijfers om menselijke ervaringen en emoties te illustreren en raak je publiek op een dieper niveau. Laat bijvoorbeeld de impact van maatschappelijke issues zien of benadruk de menselijke kant van een verhaal.

Voorbeeld
Je schrijft een artikel over de effecten van een IT-outage op een bedrijf. Natuurlijk gebruik je dan statistieken om de kosten en de downtime te illustreren. Maar voeg je vervolgens ook verhalen toe van werknemers die hierdoor stress en werkdruk hebben ervaren, krijg je een heel ander artikel. Door deze persoonlijke ervaringen te koppelen aan de harde cijfers maak je jouw verhaal namelijk niet alleen informatief maar ook emotioneel herkenbaar. Dit helpt je publiek om de echte menselijke impact van technische problemen te begrijpen en er empathie voor te voelen.

Data als basis voor sterke content

Maak je content krachtiger door harde cijfers als basis te gebruiken. Of je nu schrijft voor marketing, zakelijke rapporten of creatieve projecten: data kan je helpen om je verhaal geloofwaardiger en boeiender te maken.

Voorbeeld:
Wanneer je een blog schrijft over de nieuwste trends in cloud computing, kun je cijfers over adoptiepercentages en succesverhalen van bedrijven integreren om je stellingen te onderbouwen en je verhaal overtuigender te maken. Gebruik zoekwoorddata om te ontdekken welke onderwerpen populair zijn en waar je doelgroep naar zoekt. Sociale mediagegevens kunnen je helpen om actuele discussies en interesses te identificeren, zodat je content altijd relevant is.

Door data te gebruiken om je verhaal te ondersteunen, creëer je content die zowel informatief als overtuigend is. Experimenteer met verschillende datapunten en ontdek hoe je jouw artikelen kunt verbeteren met de kracht van cijfers.

Gebruik data als structuur

Gebruik data om de opbouw van je verhaal te bepalen en de voortgang van je plot te sturen. Dit maakt je verhaal logisch en samenhangend en houdt je lezers geboeid van begin tot eind.

Voorbeeld:
Je schrijft een whitepaper over de adoptie van cloud computing in verschillende industrieën. Dan is het slim om te beginnen met statistieken die de huidige adoptiegraad tonen en deze data te gebruiken om de introductie te structureren. In de middensecties van je whitepaper kun je prognoses laten zien. En je eindigt met best practices die gebaseerd zijn op gegevens van succesvolle implementaties. Door data als ruggengraat van je verhaal te gebruiken, zorg je voor een duidelijke, samenhangende structuur die je lezers makkelijk kunnen volgen.

Combineer data en creativiteit

Combineer data en creativiteit voor innovatieve en originele verhalen. Laat je inspireren door de mogelijkheden die data biedt en wees niet bang om buiten de gebaande paden te denken.

Voorbeeld:
Als technologiebedrijf wil je een serie blogs schrijven over de toekomst van kunstmatige intelligentie (AI). Gebruik data over huidige AI-trends en -ontwikkelingen om feitelijke basisinformatie te bieden, maar voeg ook creatieve elementen toe zoals scenario’s van toekomstige toepassingen of interviews met AI-experts. Door data te combineren met creatieve storytelling, creëer je content die informatief is, je lezers op ideeën brengt én die blijft boeien.

Van data naar verhaal

Een bak met data is natuurlijk één ding, deze data omvormen tot een verhaal weer een heel ander. Dus waar begin je? Eigenlijk is het vrij eenvoudig:

  1. Begin met het verzamelen van relevante gegevens voor je verhaal. Dit kan variëren van statistieken en rapporten tot sociale mediagegevens en zoekwoordanalyses.
  2. Analyseer de data om trends en patronen te ontdekken en gebruik deze inzichten om je verhaal te vormen.
  3. Gebruik deze data om je verhaal op te bouwen, te laten zien welke uitdagingen overwonnen zijn en welke resultaten behaald zijn. Door data te integreren in je schrijfproces, maak je je verhalen overtuigender en geloofwaardiger.

Voorbeeld:
Je schrijft een case study over een IT-implementatie bij een groot bedrijf. Hiervoor verzamel je allereerst informatie: de prestaties voor én na de implementatie, de tevredenheid van klanten en als het kan ook de Return On Investment. Daarna interview je de klant voor de ‘menselijke kant’ van het verhaal. Dat interview combineer je vervolgens met je data en je hebt het recept voor een case study die prettig leest en anderen over de streep kan trekken om contact met je op te nemen!

Gebruik je data zorgvuldig

Bij het gebruik van data in je schrijfproces is wel het belangrijk om ethische overwegingen in acht te nemen. Respecteer de privacy van individuen en gebruik data op een verantwoorde manier. Vermijd het manipuleren van data om je verhaal te versterken en ben transparant over je bronnen en methoden.

De toekomst van creatief schrijven met data ziet er veelbelovend uit. Met de groei van big data en nieuwe analysetechnologieën, krijg je steeds meer mogelijkheden om data te integreren in je verhalen. Dit opent de deur naar nieuwe vormen van storytelling: informatief en enthousiasmerend.

Data als fundament voor je verhaal

Creatief schrijven met data biedt talloze mogelijkheden om je verhalen te verrijken en te vernieuwen. Gebruik data als inspiratiebron, om structuur aan te brengen en om onderbouwing te geven aan je stellingen. Experimenteer met verschillende manieren om data te integreren in je verhalen en ontdek de kracht van cijfers in het creatieve schrijfproces. Door slim gebruik te maken van beschikbare gegevens, kun je niet alleen je verhalen verbeteren, maar ook je publiek beter betrekken en overtuigen. Of je nu schrijft voor marketing, zakelijke rapporten of creatieve projecten, data kan je geheime wapen zijn om je schrijfsels naar een hoger niveau te tillen. Begin vandaag en blijf experimenteren met cijfers in je schrijfwerk. Data en creativiteit gaan hand in hand om krachtige, overtuigende en boeiende verhalen te creëren die resoneren bij je publiek.

Posted by melanie@copytogo.nl in Content met visie, 0 comments
Schrijven voor chatbots

Schrijven voor chatbots

“Papa, waarom maakt de wasmachine zo’n grappig geluidje? Kan ik dat ook aanzetten?” “Mama, wat betekent ‘de hond in de pot vinden’ eigenlijk?” “Mama, waar is mijn zwempak?” “Papa, wat eten we vandaag?” Zomaar een greep uit de tientallen vragen die er thuis dagelijks op ons afgevuurd worden. Soms zou ik willen dat een chatbot antwoord op alle vragen van Kleine Mevrouw kon geven. Et voilà: weer een idee voor een blog!

Chatbots zijn tegenwoordig een groot onderdeel van klantenservice en marketingstrategieën. Ze helpen bedrijven om 24/7 ondersteuning te bieden, klanten te begeleiden bij hun vragen en zelfs complexe problemen op te lossen. Maar hoe zorg je ervoor dat jouw chatbot effectief communiceert? Daarom ging ik op onderzoek uit en verzamelde tips om natuurlijke en gebruiksvriendelijke conversaties voor chatbots te schrijven.

Waarom schrijven voor chatbots anders is

Bij het schrijven voor chatbots is het belangrijk om te begrijpen dat je schrijft voor een geautomatiseerde, interactie-georiënteerde omgeving. Het doel is om de gebruiker een naadloze ervaring te bieden. Daarbij wil je gebruikers niet het gevoel geven dat ze tegen een machine praten. Dit betekent dat je conversaties zo natuurlijk mogelijk moet maken, met aandacht voor taalgebruik, toon en context. Denk bijvoorbeeld aan het begeleiden van een gebruiker door een complexe installatieprocedure van je software of het oplossen van netwerkproblemen.

Ken je publiek

Net zoals bij elke vorm van communicatie moet je jouw publiek kennen. Begrijp wie je gebruikers zijn, wat hun behoeften en verwachtingen zijn en hoe ze communiceren. Zo zie je vaak dat ik gebruikers van soft- of hardware redelijk technisch onderlegd zijn, maar zeker niet altijd experts zijn. Dat soort inzichten gebruik je om een chatbot te ontwerpen die aansluit bij het taalgebruik van je doelgroep. Zo verhoog je de kans dat gebruikers zich op hun gemak voelen en bereid zijn om met jouw chatbot te communiceren. Denk er wel aan dat ieder gesprek dat jouw chatbot voert aansluit bij de tone of voice van je bedrijf. Anders past het gesprek met de chatbot niet bij de merkbeleving van je klanten of gebruikers.

Dus, schrijf je een chatbot voor IT-beheerders? Dan kun je technische termen en jargon gebruiken. Dat snappen ze echt wel. Maar is jouw chatbot voor eindgebruikers? Houd het dan simpel en leg iedere stap die ze moeten doorlopen goed en in normale taal uit.

Hou het simpel

Dat is sowieso een ding: houd het zo simpel mogelijk. Eén van de grootste fouten bij het schrijven voor chatbots is het gebruik van te complexe taal. Jouw gebruikers willen snelle antwoorden en eenvoudige interacties. Maak je chatbot daarom zo duidelijk mogelijk. Vermijd jargon en technische termen, tenzij je zeker weet dat je publiek deze begrijpt. Korte, directe zinnen werken het beste om misverstanden te voorkomen.

Voorbeeld

Een gebruiker die hulp zoekt bij het instellen van een VPN-verbinding zit niet te wachten op een lange technische uitleg. Daarom geef je hem bij voorkeur een duidelijke stapsgewijze instructie.

Context is alles

Chatbots moeten in staat zijn om de context van een gesprek te begrijpen en hierop in te spelen. Maar wat betekent dat precies? Stel je voor dat een klant een paar dagen geleden via de chatbot heeft gevraagd hoe hij zijn wachtwoord moet resetten. Nu komt dezelfde klant terug met een nieuwe vraag. Een slimme chatbot herinnert zich deze eerdere interactie en vraagt eerst even of alles goed is gegaan met het resetten van het wachtwoord. Dit toont niet alleen dat de chatbot de klant herkent, maar ook dat hij meedenkt en meeleeft. Daardoor wordt de interactie met jouw chatbot veel persoonlijker en nuttiger. En dat verhoogt de tevredenheid. Om dit te bereiken, moet je bij het schrijven van de conversatiescripts rekening houden met de verschillende situaties waarin een gebruiker zich kan bevinden. Denk hierbij aan eerder gestelde vragen, eerdere oplossingen die je hebt geboden en de specifieke behoeften van de gebruiker op dat moment.

Voorbeeld

Een klant heeft eerder hulp gevraagd bij het installeren van software. Wanneer deze klant terugkomt met een vraag over een nieuwe functie van diezelfde software, kan de chatbot deze context gebruiken om specifiekere en relevantere antwoorden te geven. Misschien kan de chatbot zelfs proactief suggesties doen over andere nuttige functies, gebaseerd op wat de klant eerder nodig had.

Personalisatie in je chatbots

Een ander krachtig hulpmiddel om je chatbot menselijker te laten lijken is personalisatie. Dit betekent dat de chatbot in staat is om de naam van de gebruiker te gebruiken, eerdere interacties te onthouden en de toon van het gesprek aan te passen op basis van de context. Personalisatie gaat verder dan het simpelweg aanspreken van de gebruiker met zijn of haar naam. Het gaat om het creëren van een gevoel van continuïteit en herkenning, waardoor de gebruiker het gevoel krijgt dat de chatbot hen echt begrijpt en kan helpen. Door informatie uit eerdere interacties te onthouden, kan je chatbot relevante suggesties doen.

Het aanpassen van de toon van de conversatie is ook een belangrijk aspect van personalisatie. Schrijf daarom verschillende scripts voor hetzelfde probleem: zowel formeel als informeel. Zo kun je jouw chatbot laten reageren op een manier die bij de conversatietoon van je gebruiker past.

Voorbeeld

Een gebruiker die Jan heet, heeft eerder contact opgenomen met de chatbot om hulp te krijgen bij het installeren van een nieuwe software-update. Een paar dagen later komt Jan terug met een vraag over een nieuwe functie binnen dezelfde software. De chatbot kan beginnen met: “Hallo Jan, hoe gaat het? Is de installatie van de update goed verlopen? Kan ik je helpen met iets anders vandaag?” Door Jan’s naam te gebruiken en te refereren aan de eerdere interactie, voelt Jan zich herkend en gewaardeerd. De chatbot kan vervolgens doorgaan met het bieden van specifieke hulp of zelfs suggesties doen over hoe hij de nieuwe functie optimaal kan benutten. Door personalisatie op deze manier in te zetten, zorg je voor een naadloze en op mensen gerichten interactie.

Fouten afhandelen en testen

Geen enkele chatbot is perfect. Het is belangrijk om voorbereid te zijn op situaties waarin de chatbot een vraag niet begrijpt of geen antwoord kan geven. Zorg voor duidelijke en vriendelijke foutmeldingen en bied alternatieve oplossingen aan. Zo begeleid je de gebruiker en voorkom je dat deze gefrustreerd weggaat. In sommige gevallen kun je de chatbot alternatieve methoden laten voorstellen om een probleem op te lossen. In andere gevallen is het praktischer en klantvriendelijker om door te verwijzen naar een menselijke expert. Zorg er dan wel voor dat ook dit op een gebruiksvriendelijke manier gebeurt.

Het schrijven voor chatbots is een proces dat nooit klaar is. Test je conversaties regelmatig met echte gebruikers om te zien hoe ze reageren en waar verbeteringen nodig zijn. Gebruik deze feedback om je scripts aan te passen en te verfijnen. Door continu te testen en te verbeteren, til je de prestaties van je chatbot naar een hoger niveau.

Gebruik van AI en NLP

Moderne chatbots maken gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) en natuurlijke taalverwerking (NLP) om de vragen van gebruikers beter te begrijpen en hierop te reageren. Je kunt AI en NLP dus prima inzetten bij het schrijven van je chatbot-dialogen om de interactie te verbeteren. Dit doe je bijvoorbeeld door gebruik te maken van machine learning om de chatbot te trainen op basis van echte gebruikersdata. Een chatbot die machine learning gebruikt, kan leren van eerdere probleemoplossingen en effectievere antwoorden bieden bij soortgelijke problemen.

Vergeet niet dat jouw chatbot continu bijgewerkt en getraind moet worden. Houd je kennisbank up-to-date, voeg nieuwe dialogen toe en pas bestaande scripts aan op basis van feedback en veranderende behoeften van gebruikers. Blijf je chatbot voeden met nieuwe informatie om relevant en actueel te blijven. Hij moet immers altijd op de hoogte moet zijn van de laatste software-updates, patches of nieuwe releases.

Waar zet je jouw chatbots in?

Gebruikers communiceren via verschillende kanalen, zoals websites, social media en messaging apps. Dat betekent dus ook dat jouw chatbot flexibel genoeg moet zijn om op al deze kanalen te functioneren. Schrijf daarom scripts die geschikt zijn voor verschillende platformen. Houd de boodschap én tone of voice consistent. Een chatbot kan bijvoorbeeld via Slack integreren om ondersteuning te bieden aan een DevOps-team, terwijl dezelfde chatbot via de website vragen van eindgebruikers beantwoordt.

Het is ook vaak nodig dat je chatbot integreert met andere systemen, zoals ticketingsystemen, CRM’s of monitoring tools. Schrijf je scripts zodanig dat de chatbot naadloos informatie kan ophalen en doorgeven tussen deze systemen. Dit verhoogt de efficiëntie en zorgt voor een vloeiende gebruikerservaring. Zo kun je jouw chatbot, bijvoorbeeld, direct een supportticket aanmaken wanneer een probleem niet direct opgelost kan worden.

Aan de slag met je chatbot

Je weet nu wat er nodig is om een chatbot te schrijven. Begrip van je publiek, kennis van je producten of diensten én een flinke dosis creativiteit. Door eenvoudige, duidelijke taal te gebruiken, de context te begrijpen, personalisatie toe te passen en continu je dialogen te verbeteren, creëer je gesprekken die zowel natuurlijk als nuttig zijn. Zo helpt een goed ontworpen chatbot je niet alleen bij het beantwoorden van de meest uiteenlopende vragen, maar ook bij het opbouwen van een relatie tussen de gebruiker en jouw bedrijf. Kun je wel wat hulp gebruiken bij het verstevigen van relaties met je gebruikers? Je weet me te vinden!

Posted by melanie@copytogo.nl in Content met visie, Tekst&tips, 0 comments
Succesvolle nieuwsbrieven schrijven: van opening naar conversie

Succesvolle nieuwsbrieven schrijven: van opening naar conversie

Nieuwsbrieven zijn van oudsher een belangrijk instrument voor organisaties om in contact te blijven met hun doelgroep. Het schrijven van een effectieve nieuwsbrief vereist echter meer dan alleen het verzenden van updates; het vraagt om een strategische aanpak om de lezer te boeien en tot actie aan te zetten. Ben je benieuwd hoe je een effectieve nieuwsbrief schrijft? Of wil je tips om de inhoud én het bereik van je nieuwsbrief te optimaliseren? Lees dan gewoon even verder!

Bepaal het doel van je nieuwsbrieven

Het definiëren van een specifiek doel voor je nieuwsbrief helpt je gefocust te blijven op wat je wilt bereiken. Dit kan variëren van het informeren van je klanten over nieuwe producten of diensten, het delen van bedrijfsnieuws, tot het stimuleren van betrokkenheid bij je merk. Elk doel vereist een andere benadering in zowel inhoud als presentatie.

1. Informatieve nieuwsbrieven

Als je doel is om te informeren, zorg dan dat je nieuwsbrief educatieve content bevat die waarde toevoegt aan het leven van je lezers. Dit kan gaan om updates van de industrie, tutorials, case studies, of uitgebreide artikelen die dieper ingaan op bepaalde onderwerpen. De toon is vaak meer formeel en de structuur informatief, waarbij belangrijke punten helder worden uitgelicht.

2. Verkoopgerichte nieuwsbrieven

Wanneer het doel is om producten te verkopen, zal je nieuwsbrief meer actiegerichte content bevatten. Hierbij kun je denken aan promoties, aanbiedingen en directe oproepen tot actie zoals ‘Koop nu’ of ‘Profiteer van deze beperkte aanbieding’. De toon is vaak directer en gericht op het overtuigen van de lezer van de waarde van het product of de dienst.

3. Engagement verhogende nieuwsbrieven

Als je meer engagement wilt creëren, dan moet je nieuwsbrief gericht zijn op het opbouwen van een relatie met je lezers. Dit kan door interactieve elementen zoals enquêtes, feedbackformulieren of sociale media links te integreren. De toon is meestal informeel en persoonlijk, en de structuur is ontworpen om interactie te bevorderen.

Herkenbaarheid en consistentie

Wat het doel van je nieuwsbrief ook is: je moet consistent zijn in stijl en vormgeving. Een uniforme aanpak zorgt ervoor dat je nieuwsbrief makkelijk herkenbaar is bij je abonnees. Dat draagt dus bij aan het versterken van je merkidentiteit. Dit betekent consistentie in het gebruik van kleuren, lettertypes, en layout die passen bij je merk, maar ook een vaste structuur waarin je jouw content presenteert. Door een herkenbare visuele en inhoudelijke stijl aan te houden, creëer je een vertrouwd en professioneel beeld dat jouw abonnees waarderen en gaan vertrouwen.

Naast visuele consistentie is het belangrijk dat de boodschap van je nieuwsbrief consistent is met je algehele bedrijfsboodschap. Zo versterk je niet alleen de band met je publiek; je verhoogt ook de effectiviteit van je communicatie. Regelmatig communiceren in een herkenbare toon en stijl helpt om een duurzame relatie op te bouwen met je lezers, waardoor zij meer betrokken raken bij je merk.

Afstemming met bredere marketingdoelen

Zorg ervoor dat de doelen van je nieuwsbrief aansluiten bij de bredere marketingdoelen van je organisatie. Deze afstemming zorgt ervoor dat je nieuwsbrief naadloos binnen de algemene marketingstrategie past, waardoor elke editie bijdraagt aan het grotere geheel. Als je nieuwsbrief is afgestemd op campagnes, productlanceringen of merkinitiatieven, verbetert dit de coherentie van je berichten en versterkt het de herkenbaarheid van je merk bij je doelgroep. Dit leidt tot effectievere communicatie en een sterkere merkpositionering.

Door je nieuwsbrief te integreren in bredere marketingcampagnes, kun je meerwaarde creëren die de impact van individuele marketinginspanningen versterkt. Koppel de content van je nieuwsbrief aan lopende promoties, sociale media campagnes of andere marketingactiviteiten. Zo ontstaat er een krachtige, uniforme boodschap die de aandacht van je publiek vasthoudt en hen aanspoort tot actie. Dit zorgt voor een consistente merkervaring over alle kanalen heen. En dat helpt je dan weer bij het verfijnen en optimaliseren van toekomstige campagnes.

Aan de slag met het schrijven van je nieuwsbrieven

Na het vaststellen van je doelen en het afstemmen van je nieuwsbrief op de bredere marketingstrategie, is het tijd om daadwerkelijk aan de slag te gaan met het schrijven van je nieuwsbrief. Hieronder volgt een praktisch stappenplan dat je door het proces leidt:

1. Kies een aantrekkelijk onderwerp

De eerste indruk is alles en dat begint al bij de onderwerpregel van je nieuwsbrief. Een saai of algemeen onderwerp kan ervoor zorgen dat je nieuwsbrief ongeopend blijft. Kies daarom een onderwerp dat niet alleen relevant en interessant is, maar ook nieuwsgierigheid wekt. Een goed gekozen onderwerp nodigt uit tot verder lezen en verhoogt de kans op engagement.

2. Schrijf een sterke openingszin

De openingszin van je nieuwsbrief is cruciaal voor het vasthouden van de aandacht. Deze moet prikkelend zijn en de lezer aansporen om verder te lezen. Of het nu gaat om een intrigerende vraag, een verbazingwekkend feit of een krachtige stelling, zorg dat je opening de toon zet voor de rest van de nieuwsbrief.

3. Structureer je nieuwsbrief

Een goed gestructureerde nieuwsbrief maakt het makkelijker voor lezers om de inhoud snel te scannen en de informatie te vinden die voor hen relevant is. Gebruik tussenkopjes, opsommingstekens en korte alinea’s om je inhoud overzichtelijk te presenteren. Belangrijke informatie of actiepunten moeten bovenaan staan, zodat deze direct in het oog springen.

4. Schrijf in een persoonlijke toon

Een persoonlijke toon maakt je nieuwsbrief toegankelijker en aangenamer om te lezen. Spreek je lezers direct aan met ‘jij’ en ‘je’ en zorg voor een informele, vriendelijke stijl. Dit helpt om een connectie te maken met je lezers en bevordert het gevoel van gemeenschap en betrokkenheid.

5. Voeg visuele elementen toe

Visuele elementen zoals foto’s, illustraties en infographics verrijken de tekst en maken de nieuwsbrief aantrekkelijker. Zorg ervoor dat deze afbeeldingen relevant zijn en voeg altijd alt-tekst toe voor toegankelijkheid. Dit is niet alleen belangrijk voor SEO, maar ook voor lezers die visuele content anders ervaren.

6. Sluit af met een call-to-action

Elke nieuwsbrief moet eindigen met een sterke call-to-action (CTA). Wat wil je dat de lezers doen na het lezen van je nieuwsbrief? Of het nu gaat om het bezoeken van je website, het inschrijven voor een evenement of het doen van een aankoop, je CTA moet duidelijk en simpel zijn, met een actieve, uitnodigende toon.

7. Test en analyseer

De enige manier om te weten wat echt werkt, is door te testen en de resultaten te analyseren. Stuur testversies naar collega’s voor feedback en kijk naar de statistieken na verzending, zoals de openings- en clickratio’s. Deze gegevens zijn goud waard voor het verfijnen van je strategie en het verbeteren van toekomstige nieuwsbrieven.

Het schrijven van een effectieve nieuwsbrief is een continu leerproces. Door te experimenteren met verschillende benaderingen en altijd gefocust te blijven op je doelgroep, creëer je nieuwsbrieven die niet alleen gelezen, maar ook gewaardeerd worden. Blijf altijd zoeken naar manieren om te verbeteren en aan te passen aan de veranderende behoeften van je lezers. Dit is de sleutel tot het bouwen van langdurige relaties via je nieuwsbrieven.

Verhoog de open rate

Een hoge open rate is onmisbaar voor het succes van je nieuwsbrief. De afzender en onderwerpregel spelen hierbij een sleutelrol. Zorg dat de afzender van de e-mail herkenbaar is, zoals je bedrijfsnaam, zodat lezers de e-mail als betrouwbaar zien. De onderwerpregel moet aantrekkelijk en nieuwsgierig makend zijn, om de nieuwsgierigheid van de lezer te prikkelen. Korte en krachtige introductieteksten in de onderwerpregel kunnen ook helpen om de aandacht te trekken. Aangezien veel gebruikers hun e-mail op mobiele apparaten lezen, is optimalisatie voor mobiele weergave een bepalende factor voor het succes van je nieuwsbrief. Test verschillende versies van je onderwerpregel met A/B-tests om te zien welke het meest effectief is.

Verhoog de clickrate

Is je nieuwsbrief eenmaal geopend, dan is het zaak de lezer actief te betrekken bij de inhoud van je nieuwsbrief. Gebruik duidelijke en opvallende call-to-action knoppen en zorg ervoor dat deze hoog in je nieuwsbrief staan. Door links en knoppen op strategische plaatsen te plaatsen, vergroot je de kans dat lezers doorklikken. Segmentatie van je mailinglijst kan ook de relevantie van de content verhogen, wat leidt tot hogere clickrates. Ook hier kunnen A/B-tests helpen om te bepalen welke elementen het meest aantrekkelijk zijn voor je publiek.

Vermijd veelgemaakte fouten

Het is ook belangrijk om enkele veelvoorkomende valkuilen te vermijden. Een te lange of vage onderwerpregel kan lezers afschrikken. Vermijd het gebruik van jargon of complexe terminologie die je lezers misschien niet begrijpen. Ben ook voorzichtig met het overmatig gebruik van promotietaal, wat kan overkomen als spam. Zorg er tenslotte voor dat je onderwerpregels geoptimaliseerd zijn voor mobiele apparaten, aangezien een groot deel van de e-mails tegenwoordig op smartphones wordt geopend.

Blijf leren en aanpassen

Wat vandaag werkt in de wereld van e-mailmarketing, is misschien morgen verouderd. Blijf op de hoogte van de laatste trends en beste praktijken door relevante blogs en artikelen te lezen of webinars bij te wonen. Gebruik de inzichten die je verzamelt om je nieuwsbrieven voortdurend te verfijnen en aan te passen aan de behoeften en voorkeuren van je doelgroep.

Posted by melanie@copytogo.nl in Content met visie, 0 comments
Effectief schrijven voor AI: zo optimaliseer je jouw content voor ChatGPT en Gemini

Effectief schrijven voor AI: zo optimaliseer je jouw content voor ChatGPT en Gemini

Naar aanleiding van mijn blog over voice search kreeg ik de volgende vraag: “Wat is jouw kijk op schrijven voor AI? Nu LLMs steeds vaker worden gebruikt als vervanging van zoekmachines, zal het belangrijker worden om ‘vindbaar’ te worden voor AI en jouw teksten naar voren moeten komen in de antwoorden van ChatGPT.” En dat zette me aan het denken. Want is er een aparte manier om ervoor te zorgen dat je content opgepikt wordt door ChatGPT of Gemini? Of is het vergelijkbaar met ‘gewone’ SEO? Dat zocht ik uit.

Wat zijn LLMs?

Eerst even terug naar de basis, want wat zijn LLMs nu precies? LLMs, of Large Language Models, zijn geavanceerde AI-modellen die getraind zijn om menselijke taal te interpreteren en te genereren. Deze modellen, zoals GPT (Generative Pre-trained Transformer) van OpenAI en Gemini van Google, zijn ontworpen om enorme hoeveelheden tekst te verwerken en patronen in taalgebruik te herkennen. Het doel van een LLM is niet alleen om de structuur van taal te interpreteren, maar ook de nuances en context die bij menselijke communicatie horen.

Voor contentmakers zijn LLMs bijzonder waardevol als het gaat om het optimaliseren van teksten voor zoekmachines en AI-assistenten zoals ChatGPT en Gemini. Als je begrijpt hoe deze modellen tekst verwerken, kun je jouw content zodanig aanpassen dat deze niet alleen informatief en leesbaar is voor menselijke gebruikers, maar ook makkelijk te interpreteren en te gebruiken door AI. Dit verhoogt de zichtbaarheid van de content en maakt de informatie toegankelijker voor een breder publiek.

SEO versus schrijven voor AI: Wat is het verschil?

Hoewel SEO en schrijven voor AI veel met elkaar gemeen hebben, zijn er toch wat leuke verschillen. Klassieke SEO is als het zorgen dat je website lekker scoort in Google. Je stopt je pagina vol met de juiste trefwoorden, zorgt dat alles technisch snor zit en probeert links van andere sites te krijgen. Je doel? Bovenaan staan als iemand zoekt naar iets dat jij aanbiedt. Het is een beetje alsof je een winkel zo inricht dat mensen die voorbijlopen meteen zien wat ze zoeken. En naar binnen komen om te kopen, natuurlijk 🙂

Maar als je schrijft voor AI ga je een stapje verder. Het gaat er dan niet alleen om dat je gevonden wordt, maar ook dat de AI je teksten begrijpt en gebruikt in gesprekken. Hierbij praat je meer zoals je zou doen tegen een goede vriend en probeer je antwoorden te geven op specifieke vragen. Je moet denken aan hoe iemand een vraag zou stellen als hij of zij voice search gebruikt en je content daarop afstemmen. Het is een soort brug bouwen tussen jouw informatie en de gebruiker, met de AI als tolk.

Hoe schrijf je dan voor AI?

Het schrijven van content die zowel voor mensen als voor AI-systemen zoals ChatGPT of Google’s Gemini aantrekkelijk en functioneel is, vraagt om een slimme benadering. Wat je kunt doen om je content te optimaliseren voor AI? Hier zijn een paar tips:

1. Focus op helderheid en structuur

AI-modellen waarderen heldere, goed gestructureerde informatie. Gebruik duidelijke, beknopte zinnen en logische paragraafstructuren. AI gebruikt de structuur van een artikel om de belangrijkste onderwerpen en subthema’s te identificeren. Duidelijke titels en tussenkopjes helpen de AI te begrijpen wat elk deel van de tekst behandelt, wat de vindbaarheid van jouw content verbetert. Begin elke sectie met een duidelijk punt of vraag en bouw je argumenten of verklaringen op een georganiseerde manier op. Dit helpt AI om de kernpunten van je tekst te identificeren en de inhoud correct te interpreteren en te categoriseren.

2. Gebruik relevante trefwoorden op natuurlijke wijze

Net als bij traditionele SEO is het belangrijk om relevante trefwoorden te gebruiken die betrekking hebben op je onderwerp. AI gebruikt deze trefwoorden om de relevantie van content te bepalen voor specifieke zoekopdrachten. Maar zoals altijd: het overmatig gebruik van trefwoorden kan contraproductief werken. Zorg ervoor dat de trefwoorden natuurlijk in de tekst opgaan en bijdragen aan de algehele leesbaarheid. Daarnaast is het verstandig om lange, meer specifieke zoekopdrachten (long-tail zoekwoorden) te ‘targetten’. Deze zijn vaak vraag-gebaseerd, wat overeenkomt met hoe gebruikers vragen stellen aan AI.

3. Beantwoord specifieke vragen

AI zoekt vaak naar content die directe antwoorden biedt op vragen van gebruikers. Door content te creëren die direct antwoord geeft op specifieke vragen, zoals ‘Hoe optimaliseer ik mijn website voor Google?’ maak je het makkelijker voor AI om je content te identificeren als een relevante bron voor die vraag.

4. Optimaliseer voor ‘snippets’ en ‘featured snippets’

Google en andere zoekmachines gebruiken AI om ‘snippets’ te genereren, die directe antwoorden geven op zoekopdrachten van gebruikers. Door duidelijke definities en beknopte uitleg aan het begin van je artikelen te plaatsen, kun je de kans vergroten dat jouw content wordt uitgelicht.

5. Gebruik metadata effectief

Metadata zoals titels, beschrijvingen en tags zijn cruciaal voor AI om de context en relevantie van content te begrijpen. Zorg ervoor dat je metadata nauwkeurig de inhoud van je tekst weerspiegelt en gebruik trefwoorden effectief om de vindbaarheid te verbeteren.

6. Blijf actueel

AI-modellen geven de voorkeur aan actuele informatie, vooral bij onderwerpen die snel veranderen zoals technologie, wetenschap of nieuws. Door je content regelmatig te updaten, zorg je ervoor dat deze relevant blijft en beter scoort in AI-gedreven zoekopdrachten.

Door deze principes te volgen, creëer je content die niet alleen nuttig en informatief is voor menselijke lezers, maar ook geoptimaliseerd is voor de algoritmen van AI. En dat vergoot je zichtbaarheid en bereik dan weer.

Praktijkvoorbeelden van AI-vriendelijke content

Laten we enkele voorbeelden bekijken van hoe je in de praktijk content kunt schrijven die aansluit bij zowel de behoeften van AI als die van je doelgroep:

  • Technologieblog:
    Schrijf een gedetailleerd artikel over ‘De toekomst van machine learning in het bedrijfsleven’. Gebruik duidelijke tussenkopjes voor elk toekomstscenario en integreer vragen als ‘Wat betekent machine learning voor kleine bedrijven?’ in de tekst.
  • Juridische adviesartikelen:
    Creëer een gids getiteld ‘Alles wat je moet weten over de nieuwe privacywetgeving’. Gebruik vragen als kopjes, bijvoorbeeld: ‘Hoe beïnvloedt deze wet mijn online business?’ Dit maakt het makkelijk voor AI om specifieke vragen te linken aan jouw inhoudelijke antwoorden.
  • Reisblogs:
    Publiceer een post als ‘Hoe plan je een budgetvriendelijke reis naar Japan?’. Vermeld veelgestelde vragen binnen de tekst en zorg voor heldere, beknopte antwoorden die AI makkelijk kan oppikken en presenteren.

De regels van traditionele SEO gelden dus ook voor schrijven voor AI

Het schrijven voor AI, zoals voor ChatGPT en Gemini, lijkt veel op het optimaliseren van content voor traditionele SEO en voice search, maar met een extra nadruk op structuur, duidelijkheid en de integratie van vraaggerichte zoekwoorden. Door deze elementen te combineren, zorg je ervoor dat jouw content niet alleen nuttig en informatief is voor je lezers, maar ook gemakkelijk te vinden en te gebruiken door AI.

Posted by melanie@copytogo.nl in Content met visie, Tekst&tips, 1 comment
Ethiek bij persuasief schrijven: richtlijnen en tips

Ethiek bij persuasief schrijven: richtlijnen en tips

Kleine Mevrouw verslindt inmiddels boeken: het ene ‘Dolfje Weerwolfje’-avontuur na het andere. Aankleden voor school duurt een eeuwigheid, want ze kruipt stiekem onder haar hoogslaper om te lezen en het verhaal boeit haar zo dat ze alles om zich heen vergeet. En vol verwachting uitkijkt naar het volgende hoofdstuk. Deze eenvoudige, alledaagse handeling weerspiegelt de essentie van persuasief schrijven: het vermogen om aandacht vast te houden en interesse te wekken. Voor copywriters is dit vermogen bijzonder waardevol. Maar met grote kracht komt grote verantwoordelijkheid. Daarom gaan we dit keer in op de ethiek in persuasief schrijven. We bekijken hoe je effectief en verantwoordelijk kunt schrijven, terwijl je respect toont voor je publiek.

Wat is persuasief schrijven?

Persuasief schrijven werkt net als het verhaal in Kleine Mevrouws favoriete boek – het opent werelden. Beeld je in: je hebt een idee, een product of een overtuiging die je wilt delen. Hoe breng je dit over zodat anderen niet alleen luisteren, maar zich ook verbonden voelen en tot actie overgaan? Dit is de essentie van overtuigend schrijven. Het is de kunst om je lezers niet alleen te informeren, maar hen ook te overtuigen en te inspireren tot het maken van een keuze of het ondernemen van actie.

Effectief persuasief schrijven

Persuasief schrijven draait dus niet alleen om wat je zegt, maar ook om hoe je het zegt. Het gaat om het creëren van een verhaal waarin de lezer zichzelf ziet en zijn of haar eigen conclusies trekt. Overtuigend, maar zonder dwang.

In het hart van persuasief schrijven ligt de vaardigheid om empathie en begrip te tonen, terwijl je jouw boodschap helder en aantrekkelijk overbrengt. Of het nu gaat om een bedrijfsbrochure, een blogpost, of zelfs een social media update: de principes van persuasief schrijven kunnen het verschil maken tussen een boodschap die resoneert en een die wordt genegeerd.

De basis van ethiek in copywriting

Maar hoe ver mag je gaan in he pogingen om een lezer te overtuigen? Ethiek in copywriting gaat veel verder dan alleen het volgen van wetgeving. Het draait om de principes en waarden die je hanteert. Centraal in deze ethische aanpak staat het respect voor jouw lezer. Dat vertaalt zich in het constant streven naar waarheidsgetrouwheid, transparantie en eerlijkheid in je communicatie. Net zoals je eerlijkheid en openheid verwachten in de verhalen die we aan kinderen vertellen, moet je deze principes ook toepassen in jouw schrijfsels. Het gaat om het bouwen van een vertrouwensband met de lezer door hen accurate en betrouwbare informatie te geven.

Bovendien heb je als schrijver een bepaalde verantwoordelijkheid voor de impact van je woorden. Net zoals een kinderboek meer is dan alleen een verhaal en dient als een instrument voor leren en ontwikkeling, kan jouw content een krachtig effect hebben op de besluitvorming en percepties van de lezers. Daarom moet je je bewust zijn van de invloed die je hebt met jouw woorden en deze gebruiken om positieve en constructieve boodschappen te verspreiden. Betrouwbaarheid, transparantie en respect zijn daarbij key.

Betrouwbaarheid en transparantie

Wanneer jij producten of diensten promoot, is het essentieel dat jouw beweringen op feiten gebaseerd zijn. Gebruik van misleidende statistieken of overdreven claims kan misschien op korte termijn je verkoop stimuleren, maar dit schaadt uiteindelijk het vertrouwen van je publiek. Als jouw lezers ontdekken dat de werkelijkheid niet overeenkomt met jouw beloften, zullen ze snel hun vertrouwen in je verliezen. En onthoud, vertrouwen dat eenmaal verloren is, is veel moeilijker terug te winnen dan het in eerste instantie op te bouwen. Dus, wees vanaf het begin eerlijk en transparant; dit bouwt op de lange termijn een veel sterkere relatie op met je publiek.

Respect voor de lezer

Tijdens het schrijven van je teksten moet je erkennen dat jouw lezers intelligente individuen zijn: in staat om zelf beslissingen te nemen. Jouw taak is om hen te informeren en te overtuigen met jouw woorden. Maar let op, het is belangrijk dat je niet probeert te manipuleren. Net zoals je in een gesprek respect toont voor de mening van anderen, moet je in je schrijven respect tonen voor de autonomie van je lezers. Informeer hen met feiten, inspireer hen met jouw visie, maar laat de uiteindelijke keuze aan hen. Zo bouw je een relatie op die gebaseerd is op respect en vertrouwen.

Verantwoordelijkheid en vertrouwen

Ethisch schrijven is de sleutel tot het opbouwen van vertrouwen tussen jou en je consumenten. In een wereld waar elke dag nieuwe producten en diensten verschijnen, is het van groot belang dat jouw klanten op jouw merk kunnen vertrouwen. Hoe jij hierover schrijft, bepaalt hoe mensen deze veranderingen begrijpen en ermee omgaan. Jouw woorden kunnen de percepties en het begrip van je lezers vormen. Eerlijke en transparante communicatie staat hierbij centraal. Als jij consistent betrouwbare en eerlijke informatie geeft, creëer je een basis van vertrouwen en geloofwaardigheid.

Dit betekent dat je overdrijvingen vermijdt en altijd de realiteit weerspiegelt in je schrijven. Klanten waarderen een merk dat oprecht communiceert, waardoor ze meer geneigd zijn om terug te komen. Uiteindelijk is een sterke, op vertrouwen gebaseerde relatie met je klanten het meest waardevolle bezit voor jouw merk.

Omgaan met gevoelige onderwerpen

Veiligheid van gegevens, privacy en ethische vraagstukken in verband met nieuwe technologieën zijn vaak gevoelige onderwerpen. Bij het bespreken van deze thema’s is het van groot belang om een gebalanceerde en goed geïnformeerde benadering te hanteren. Jouw doel is om inzicht te bieden zonder onnodig sensatie te zoeken of ongegronde angst op te wekken. Het is je taak om de feiten op een heldere en begrijpelijke manier te presenteren. Dit helpt lezers om een weloverwogen mening te vormen. Vergeet niet: je woorden hebben de kracht om het denken en de discussie rond deze belangrijke onderwerpen vorm te geven.

Praktische tips voor ethiek bij persuasief schrijven

  1. Wees transparant: Gebruik duidelijke en directe taal in je schrijven. Vermijd technisch jargon en complexe terminologie. Lukt dat niet? Leg technische termen dan goed uit. Maak je bedoelingen glashelder. Als je iets promoot, zeg dat dan. Transparantie zorgt voor vertrouwen en geloofwaardigheid bij je lezers.
  2. Fact-check: Voordat je informatie publiceert, controleer je deze grondig. Zorg ervoor dat alle beweringen, statistieken en feiten ondersteund worden door betrouwbare en geverifieerde bronnen. Dit draagt niet alleen bij aan de geloofwaardigheid van je schrijven, maar ook aan het beschermen van je publiek tegen misinformatie.
  3. Niet overdrijven: Wees realistisch en eerlijk in je beschrijvingen van producten of diensten. Overdrijven of onrealistische verwachtingen scheppen kan op korte termijn misschien aantrekkelijk lijken, maar op lange termijn kan dit het vertrouwen schaden en leiden tot teleurgestelde klanten.
  4. Zet aan tot bewuste keuze: In plaats van lezers te pushen tot snelle, impulsieve beslissingen, moedig ze aan om geïnformeerd en doordacht te handelen. Dit kan door heldere informatie te verstrekken en de voors en tegens van een beslissing te presenteren. Zo help je je lezers om beslissingen te nemen die in hun beste belang zijn.

Ethiek in de praktijk

Laten we enkele voorbeelden bekijken van ethisch versus onethisch persuasief schrijven. Zo zie je hoe correcte overtuigingstechnieken de geloofwaardigheid van een merk kunnen versterken en duurzame relaties met klanten opbouwen.

Voorbeeld 1: de eerlijke aanpak

Een bedrijf brengt een nieuwe app voor gegevensbeheer op de markt. In plaats van overmoedig te claimen dat het “de beste app op de markt” is, kiezen ze voor een eerlijke benadering. Ze lichten specifieke functies uit en leggen uit hoe deze de gebruikerservaring verbeteren. In hun communicatie bieden ze een objectieve vergelijking met concurrerende producten, waarbij ze zowel de sterke punten als de beperkingen van hun app benadrukken.

Deze aanpak vergroot het vertrouwen van de consument, omdat het bedrijf laat zien dat ze de behoeften en het perspectief van de gebruiker respecteren.

Voorbeeld 2: de onethische route

Een ander bedrijf promoot zijn nieuwe cybersecuritysoftware met een overdreven claim: “100% bescherming tegen alle cyberdreigingen”. Deze bewering is niet alleen onrealistisch, maar ook misleidend, omdat geen enkele software absolute veiligheid kan garanderen. Dit soort uitspraken kan op korte termijn interesse wekken, maar leidt uiteindelijk tot wantrouwen en teleurstelling bij de consumenten wanneer ze ontdekken dat de beloftes niet waargemaakt kunnen worden.

Door deze aanpak waarbij ze overdrijven, loopt het bedrijf het risico zijn geloofwaardigheid en vertrouwen van de klant te verliezen.

Zet ethiek voorop in jouw copy

Je weet nu hoe krachtig persuasief schrijven kan zijn. Zet het in, maak er gebruik van, maar onthoud: je hebt de kans om niet alleen te overtuigen, maar ook positief bij te dragen. Gebruik deze kracht wijs. Wees altijd transparant, eerlijk en respectvol. Zo bouw je aan vertrouwen en een sterke band met je lezers.

Posted by melanie@copytogo.nl in Content met visie, Tekst&tips, 0 comments